Oproepsjablonen
Nieuw sjabloonWat de beller aan de telefoon zegt. Een sjabloon kiest een plaats van één van zijn locatiesoorten. Standaardsjablonen komen uit de seed en worden bij een sjablonenupdate opnieuw opgebouwd; wie er één aanpast, krijgt een eigen kopie die blijft staan. Uitschakelen van een standaardsjabloon geldt tot de volgende sjablonenupdate.
Nieuw sjabloon
| Oproeptype: | |
|---|---|
| Beller: | |
| Tekst: | |
| Uren: | van tot uurleeg = altijd; mag over middernacht (22 tot 6) |
| Slachtoffers: | tot mogelijk aantal; grote aantallen zijn zeldzamer, vanaf 4 = MCE |
| Gewicht: | 1 = even vaak als een gemiddeld sjabloon van dit type |
Locatiesoorten:
Velden in de tekst
{waar} | de plaats, bv. "de Kerkstraat 12 in Gent" of "de E40 ter hoogte van Aalter" |
{adres} {straat} {naam} {gemeente} | delen van de plaats |
{Persoon} {persoon} {PersoonOud} | "Mijn man", "mijn moeder", "Mijn opa"… |
{Iemand} {IemandOud} {Kind} {KindVreemd} | "Een man", "Een oudere vrouw", "Ons zoontje"… |
{Bewoner} {Speler} {Zwangere} | "Een bewoonster", "Een speler", "Mijn vrouw"… |
{hij} {Hij} {zijn} {hem} | voornaamwoorden in hetzelfde geslacht; {V} dwingt vrouwelijk af |
{leeftijd} {leeftijdOud} {leeftijdKind} {leeftijdTiener} | 25–92, 70–95, 2–13, 14–17 jaar |
{weken} {maanden} | willekeurig aantal |
| Type | Beller en tekst | Locaties | Uren | Gew. | |
|---|---|---|---|---|---|
| P009 | een passagier: Ik bel vanaf de {naam} bij {gemeente}. We zijn gestopt. Een medereiziger met diabetes is erg zwak en misselijk geworden. Hij heeft veel dorst en een heel hoge suikerwaarde. | road, motorway | 0.66 | Bewerken | |
| P009 | een passagier: Ik bel vanaf de {naam} bij {gemeente}. We zijn gestopt. Mijn partner heeft diabetes en trilt enorm. De suikermeter geeft een lage waarde aan en ze wordt steeds suffer. | road, motorway | 0.66 | Bewerken | |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft diabetes en is sinds een infectie heel dorstig. De suikerwaarde is volgens de meting sterk verhoogd en {hij} wordt slaperig. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft diabetes en is sinds een uur opvallend stil. De huid voelt koud en klam en {hij} kan niet goed vertellen wat er aan de hand is. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft diabetes en wilde vandaag nauwelijks eten. Nu trillen de handen en geeft {hij} verwarde antwoorden. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft volgens de suikercontrole een veel te lage waarde. {Hij} is wakker, maar blijft ondanks eerdere hulp verward en slap. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {IemandOud} herkent deze klachten als een te lage suiker, maar kan de meter niet meer zelf gebruiken. {Hij} beeft en krijgt de woorden moeilijk uit. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {IemandOud} nam de gewone diabetesmedicatie, maar de maaltijd bleef bijna onaangeroerd. {Hij} is klam geworden en reageert niet zoals anders. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} draagt een glucosesensor die alarm blijft geven en wordt suf. {Hij} zegt zelf dat de gemeten suiker veel te laag is. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} gebruikt insuline en zegt dat de suiker aan het zakken is. {Hij} is nu zo slap dat een normaal gesprek niet meer lukt. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} gedraagt zich alsof {hij} dronken is, maar heeft een insulinepen bij zich. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en al een paar dagen een infectie. Vandaag is de suiker sterk verhoogd en {hij} is te zwak om nog zelf te vertrekken. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en begon plots onsamenhangend te antwoorden. {Hij} zweet erg en de handen trillen terwijl {hij} probeert iets vast te nemen. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en herkent de mensen om zich heen niet goed meer. De huid is klam en {hij} kan niet vertellen wanneer er voor het laatst gegeten is. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en is na een gemiste maaltijd heel bleek geworden. {Hij} kijkt glazig en reageert anders dan normaal. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en klaagt over enorme dorst en misselijkheid. {Hij} heeft de hele dag nauwelijks iets binnengehouden en wordt slaperig. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en kreeg tijdens het praten een lege blik. {Hij} antwoordt heel traag en zegt dat de benen geen kracht meer hebben. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft een insulinepomp en werd plots zweterig en verward. {Hij} kan de pomp niet meer zelf bedienen en blijft alleen maar staren. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft volgens de meter een veel te lage suikerwaarde en blijft suf. Er is iemand bij {hem}, maar de toestand verbetert niet. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} is diabeticus en reageert heel traag. {Hij} zweet en is verward. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} voelt zich na de gewone diabetesmedicatie niet goed en begint te beven. {Hij} heeft weinig gegeten en wordt moeilijker aanspreekbaar. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} zegt diabetes te hebben en wordt steeds verwarder. {Hij} zweet enorm en kan niet meer stevig staan. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} zei dat de bloedsuiker erg hoog was en voelt zich steeds zieker. {Hij} braakt en ademt opvallend diep. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik ben bij {naam} in {gemeente}. {Iemand} zei nog dat de suiker te laag was en is nu erg verward. {Hij} is wakker, maar kan niet meer duidelijk uitleggen wat er is. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | de patiënt: Ik ben thuis op {adres}. Ik heb diabetes en mijn suiker is heel laag. Ik tril zo erg dat ik mijn spullen bijna niet kan vastpakken. | home | 0.66 | Bewerken | |
| P009 | de patiënt: Ik ben thuis op {adres}. Ik heb vandaag weinig gegeten en voel me steeds slapper. Mijn diabetessensor geeft alarm en ik ben alleen. | home | 0.66 | Bewerken | |
| P009 | de patiënt: Ik ben thuis op {adres}. Mijn suikermeter geeft een heel hoge waarde aan. Ik heb enorme dorst en moet nu ook braken. | home | 0.66 | Bewerken | |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar heeft diabetes en is sinds een infectie heel dorstig. De suikerwaarde is volgens de meting sterk verhoogd en {hij} wordt slaperig. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar heeft diabetes en is sinds een uur opvallend stil. De huid voelt koud en klam en {hij} kan niet goed vertellen wat er aan de hand is. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar heeft diabetes en wilde vandaag nauwelijks eten. Nu trillen de handen en geeft {hij} verwarde antwoorden. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar heeft een lage waarde op de suikermeter en reageert traag. {Hij} kan niet goed meer slikken. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar heeft sinds gisteren hoge suikerwaarden en is nu erg slap. {Hij} drinkt veel maar blijft een droge mond hebben. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar heeft volgens de suikercontrole een veel te lage waarde. {Hij} is wakker, maar blijft ondanks eerdere hulp verward en slap. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar herkent deze klachten als een te lage suiker, maar kan de meter niet meer zelf gebruiken. {Hij} beeft en krijgt de woorden moeilijk uit. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar is na een overgeslagen maaltijd moeilijk wakker te houden. De glucosemeter geeft een heel lage waarde. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een thuisverpleegkundige: Ik ben thuisverpleegkundige en bel voor een patiënt op {adres}. Mijn patiënt van {leeftijdOud} jaar nam de gewone diabetesmedicatie, maar de maaltijd bleef bijna onaangeroerd. {Hij} is klam geworden en reageert niet zoals anders. | home | 7–22 u | 0.53 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft diabetes en is sinds een infectie heel dorstig. De suikerwaarde is volgens de meting sterk verhoogd en {hij} wordt slaperig. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft diabetes en is sinds een uur opvallend stil. De huid voelt koud en klam en {hij} kan niet goed vertellen wat er aan de hand is. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft diabetes en wilde vandaag nauwelijks eten. Nu trillen de handen en geeft {hij} verwarde antwoorden. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft volgens de suikercontrole een veel te lage waarde. {Hij} is wakker, maar blijft ondanks eerdere hulp verward en slap. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {IemandOud} herkent deze klachten als een te lage suiker, maar kan de meter niet meer zelf gebruiken. {Hij} beeft en krijgt de woorden moeilijk uit. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {IemandOud} nam de gewone diabetesmedicatie, maar de maaltijd bleef bijna onaangeroerd. {Hij} is klam geworden en reageert niet zoals anders. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {Iemand} draagt een glucosesensor die alarm blijft geven en wordt suf. {Hij} zegt zelf dat de gemeten suiker veel te laag is. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {Iemand} gebruikt insuline en zegt dat de suiker aan het zakken is. {Hij} is nu zo slap dat een normaal gesprek niet meer lukt. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {Iemand} gedraagt zich alsof {hij} dronken is, maar heeft een insulinepen bij zich. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en al een paar dagen een infectie. Vandaag is de suiker sterk verhoogd en {hij} is te zwak om nog zelf te vertrekken. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en begon plots onsamenhangend te antwoorden. {Hij} zweet erg en de handen trillen terwijl {hij} probeert iets vast te nemen. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en herkent de mensen om zich heen niet goed meer. De huid is klam en {hij} kan niet vertellen wanneer er voor het laatst gegeten is. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en is na een gemiste maaltijd heel bleek geworden. {Hij} kijkt glazig en reageert anders dan normaal. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
| P009 | een omstaander: Ik sta aan {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft diabetes en klaagt over enorme dorst en misselijkheid. {Hij} heeft de hele dag nauwelijks iets binnengehouden en wordt slaperig. | square, park, station, bus_stop, mall, supermarket | 6–24 u | 0.89 | Bewerken |
