112SimNoodcentralesimulator

Formuleringen

Hoe ploegen en centrale over de radio spreken. Per bericht kies je willekeurig één actieve variant, gewogen volgens het gewicht. Zonder eigen varianten gelden de standaardformuleringen. Gebruik de velden tussen accolades, zoals {roepnaam}; ze worden in het spel ingevuld.

Berichten van ploegen

Oproep
Een ploeg roept de centrale op; het bericht volgt na "kom maar".
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • {centrale} voor {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, over.
  • {centrale} voor de {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor de ZW GENT 1, over.
Oproep met voorrang
Dringende oproep, bv. om een MUG te vragen.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • {centrale} voor {roepnaam}, met voorrang, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, met voorrang, over.
  • {centrale} voor de {roepnaam}, met voorrang, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor de ZW GENT 1, met voorrang, over.
Rapport: afvoer naar dichtstbijzijnde ziekenhuisaangepast
De ploeg vertrekt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis (geen afwijking, dus geen vraag).
Velden: {centrale}{roepnaam}{bevinding}{ziekenhuis}{mug}
  • Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1: Eén patient naar AZ Sint-Lucas, de MUG begeleidt, over.
  • Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1:Vertrokken met één patient naar AZ Sint-Lucas, de MUG begeleidt, over.
  • Voorbeeld: Hier de ZW GENT 1. Eén patient naar AZ Sint-Lucas
Rapport: vraag afvoer naar ander ziekenhuis
De ploeg vraagt naar een verder ziekenhuis te mogen, bv. omdat de patiënt daar gekend is.
Velden: {centrale}{roepnaam}{bevinding}{ziekenhuis}{mug}
  • Patiënt is gekend in {ziekenhuis}. Mogen wij daarheen afvoeren{mug}, over.
    Voorbeeld: Patiënt is gekend in AZ Sint-Lucas. Mogen wij daarheen afvoeren, de MUG begeleidt, over.
  • Wij vragen afvoer naar {ziekenhuis}, patiënt is daar gekend{mug}, over.
    Voorbeeld: Wij vragen afvoer naar AZ Sint-Lucas, patiënt is daar gekend, de MUG begeleidt, over.
  • Eén patiënt, gekend in {ziekenhuis}. Graag akkoord voor afvoer daarheen{mug}, over.
    Voorbeeld: Eén patiënt, gekend in AZ Sint-Lucas. Graag akkoord voor afvoer daarheen, de MUG begeleidt, over.
  • Kunnen wij naar {ziekenhuis} met deze patiënt? Patiënt is daar gekend{mug}, over.
    Voorbeeld: Kunnen wij naar AZ Sint-Lucas met deze patiënt? Patiënt is daar gekend, de MUG begeleidt, over.
  • Voorstel afvoer naar {ziekenhuis} wegens gekende patiënt. Graag uw akkoord{mug}, over.
    Voorbeeld: Voorstel afvoer naar AZ Sint-Lucas wegens gekende patiënt. Graag uw akkoord, de MUG begeleidt, over.
  • Wij zouden naar {ziekenhuis} willen rijden, onze patiënt is daar gekend{mug}, over.
    Voorbeeld: Wij zouden naar AZ Sint-Lucas willen rijden, onze patiënt is daar gekend, de MUG begeleidt, over.
  • Patiënt gekend in {ziekenhuis}. Akkoord om die bestemming te nemen{mug}, over.
    Voorbeeld: Patiënt gekend in AZ Sint-Lucas. Akkoord om die bestemming te nemen, de MUG begeleidt, over.
  • Afwijkende bestemming gevraagd: {ziekenhuis}, patiënt daar gekend{mug}, over.
    Voorbeeld: Afwijkende bestemming gevraagd: AZ Sint-Lucas, patiënt daar gekend, de MUG begeleidt, over.
  • Eén patiënt voor afvoer, gekend in {ziekenhuis}. Mogen we die bestemming nemen{mug}, over.
    Voorbeeld: Eén patiënt voor afvoer, gekend in AZ Sint-Lucas. Mogen we die bestemming nemen, de MUG begeleidt, over.
  • Graag toestemming voor vervoer naar {ziekenhuis}, waar de patiënt gekend is{mug}, over.
    Voorbeeld: Graag toestemming voor vervoer naar AZ Sint-Lucas, waar de patiënt gekend is, de MUG begeleidt, over.
  • {bevinding}. Patiënt gekend in {ziekenhuis}; mogen wij daarheen{mug}, over.
    Voorbeeld: vermoedelijk acuut coronair syndroom. Patiënt gekend in AZ Sint-Lucas; mogen wij daarheen, de MUG begeleidt, over.
  • Eén patiënt. {bevinding}. Wij vragen {ziekenhuis}, patiënt daar gekend{mug}, over.
    Voorbeeld: Eén patiënt. vermoedelijk acuut coronair syndroom. Wij vragen AZ Sint-Lucas, patiënt daar gekend, de MUG begeleidt, over.
  • {bevinding}. Graag afvoer naar {ziekenhuis} wegens gekende patiënt{mug}, over.
    Voorbeeld: vermoedelijk acuut coronair syndroom. Graag afvoer naar AZ Sint-Lucas wegens gekende patiënt, de MUG begeleidt, over.
  • Onze patiënt is gekend in {ziekenhuis}. {bevinding}. Akkoord voor afvoer daarheen{mug}, over.
    Voorbeeld: Onze patiënt is gekend in AZ Sint-Lucas. vermoedelijk acuut coronair syndroom. Akkoord voor afvoer daarheen, de MUG begeleidt, over.
  • Voor de afvoer vragen wij {ziekenhuis}. {bevinding}, patiënt is daar gekend{mug}, over.
    Voorbeeld: Voor de afvoer vragen wij AZ Sint-Lucas. vermoedelijk acuut coronair syndroom, patiënt is daar gekend, de MUG begeleidt, over.
  • Eén patiënt, {bevinding}. Kunnen wij afwijken naar {ziekenhuis}, waar de patiënt gekend is{mug}, over.
    Voorbeeld: Eén patiënt, vermoedelijk acuut coronair syndroom. Kunnen wij afwijken naar AZ Sint-Lucas, waar de patiënt gekend is, de MUG begeleidt, over.
  • Verzoek om afvoer naar {ziekenhuis}. Patiënt is daar gekend, {bevinding}{mug}, over.
    Voorbeeld: Verzoek om afvoer naar AZ Sint-Lucas. Patiënt is daar gekend, vermoedelijk acuut coronair syndroom, de MUG begeleidt, over.
  • Patiënt is transportklaar en gekend in {ziekenhuis}. Graag bevestiging dat we daarheen mogen{mug}, over.
    Voorbeeld: Patiënt is transportklaar en gekend in AZ Sint-Lucas. Graag bevestiging dat we daarheen mogen, de MUG begeleidt, over.
Rapport: afvoer op beslissing van de MUG-arts
Er is een MUG-arts ter plaatse en die kiest een ander ziekenhuis dan het dichtstbijzijnde. De ploeg meldt dat enkel; de centrale moet niets toestaan.
Velden: {centrale}{roepnaam}{bevinding}{ziekenhuis}{mug}
  • {bevinding}. Op beslissing van de MUG-arts vertrekken wij naar {ziekenhuis}{mug}, over.
    Voorbeeld: vermoedelijk acuut coronair syndroom. Op beslissing van de MUG-arts vertrekken wij naar AZ Sint-Lucas, de MUG begeleidt, over.
  • {bevinding}. De arts beslist afvoer naar {ziekenhuis}{mug}. Wij vertrekken, over.
    Voorbeeld: vermoedelijk acuut coronair syndroom. De arts beslist afvoer naar AZ Sint-Lucas, de MUG begeleidt. Wij vertrekken, over.
  • Patiënt gestabiliseerd door de MUG. Op vraag van de arts rijden wij naar {ziekenhuis}{mug}, over.
    Voorbeeld: Patiënt gestabiliseerd door de MUG. Op vraag van de arts rijden wij naar AZ Sint-Lucas, de MUG begeleidt, over.
  • Eén patiënt, {bevinding}. Bestemming {ziekenhuis} in overleg met de MUG-arts{mug}, over.
    Voorbeeld: Eén patiënt, vermoedelijk acuut coronair syndroom. Bestemming AZ Sint-Lucas in overleg met de MUG-arts, de MUG begeleidt, over.
  • De MUG-arts stuurt ons naar {ziekenhuis}. {bevinding}{mug}, wij vertrekken, over.
    Voorbeeld: De MUG-arts stuurt ons naar AZ Sint-Lucas. vermoedelijk acuut coronair syndroom, de MUG begeleidt, wij vertrekken, over.
Rapport: geen vervoer
De ploeg is ter plaatse klaar zonder afvoer.
Velden: {centrale}{roepnaam}{bevinding}
  • Geen afvoer nodig, wij zijn ter plaatse klaar, over.
    Voorbeeld: Geen afvoer nodig, wij zijn ter plaatse klaar, over.
  • Patiënt verzorgd, geen vervoer. Wij komen terug vrij, over.
    Voorbeeld: Patiënt verzorgd, geen vervoer. Wij komen terug vrij, over.
  • Voor ons geen transport, verzorging ter plaatse afgerond, over.
    Voorbeeld: Voor ons geen transport, verzorging ter plaatse afgerond, over.
  • Wij ronden hier af zonder afvoer, over.
    Voorbeeld: Wij ronden hier af zonder afvoer, over.
  • Geen vervoer naar het ziekenhuis nodig. Wij zijn beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Geen vervoer naar het ziekenhuis nodig. Wij zijn beschikbaar, over.
  • Onze tussenkomst is afgerond, geen patiënt mee, over.
    Voorbeeld: Onze tussenkomst is afgerond, geen patiënt mee, over.
  • Patiënt blijft ter plaatse, geen afvoer nodig. Wij zijn terug vrij, over.
    Voorbeeld: Patiënt blijft ter plaatse, geen afvoer nodig. Wij zijn terug vrij, over.
  • Wij hebben hier geen transport. Ter plaatse klaar, over.
    Voorbeeld: Wij hebben hier geen transport. Ter plaatse klaar, over.
  • Geen afvoer voor deze inzet, wij komen vrij, over.
    Voorbeeld: Geen afvoer voor deze inzet, wij komen vrij, over.
  • Verzorging is gedaan, vervoer is niet nodig. Wij melden ons vrij, over.
    Voorbeeld: Verzorging is gedaan, vervoer is niet nodig. Wij melden ons vrij, over.
  • {bevinding}. Geen afvoer, wij zijn klaar, over.
    Voorbeeld: vermoedelijk acuut coronair syndroom. Geen afvoer, wij zijn klaar, over.
  • {bevinding}. Geen vervoer nodig, over.
    Voorbeeld: vermoedelijk acuut coronair syndroom. Geen vervoer nodig, over.
  • Voor ons één patiënt, {bevinding}. Afgerond zonder transport, over.
    Voorbeeld: Voor ons één patiënt, vermoedelijk acuut coronair syndroom. Afgerond zonder transport, over.
  • Patiënt verzorgd: {bevinding}. Wij zijn vrij zonder afvoer, over.
    Voorbeeld: Patiënt verzorgd: vermoedelijk acuut coronair syndroom. Wij zijn vrij zonder afvoer, over.
  • Geen transport nodig. {bevinding}. Wij ronden af, over.
    Voorbeeld: Geen transport nodig. vermoedelijk acuut coronair syndroom. Wij ronden af, over.
  • Hier ter plaatse klaar. {bevinding}, geen afvoer, over.
    Voorbeeld: Hier ter plaatse klaar. vermoedelijk acuut coronair syndroom, geen afvoer, over.
Rapport: geen patiënt
Ter plaatse geen patiënt gevonden; de ploeg is terug vrij.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Geen patiënt aangetroffen, wij komen terug vrij, over.
    Voorbeeld: Geen patiënt aangetroffen, wij komen terug vrij, over.
  • Ter plaatse niemand gevonden die hulp nodig heeft. Wij zijn vrij, over.
    Voorbeeld: Ter plaatse niemand gevonden die hulp nodig heeft. Wij zijn vrij, over.
  • Voor ons geen patiënt op de opgegeven plaats, over.
    Voorbeeld: Voor ons geen patiënt op de opgegeven plaats, over.
  • Wij hebben hier niemand aangetroffen. Geen afvoer, terug beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Wij hebben hier niemand aangetroffen. Geen afvoer, terug beschikbaar, over.
  • Geen patiënt ter plaatse, onze inzet kan afgesloten worden, over.
    Voorbeeld: Geen patiënt ter plaatse, onze inzet kan afgesloten worden, over.
  • Er is hier niemand voor medische hulp. Wij melden ons vrij, over.
    Voorbeeld: Er is hier niemand voor medische hulp. Wij melden ons vrij, over.
  • Geen patiënt gevonden op het adres. Wij zijn terug inzetbaar, over.
    Voorbeeld: Geen patiënt gevonden op het adres. Wij zijn terug inzetbaar, over.
  • Onze controle ter plaatse levert geen patiënt op. Wij komen vrij, over.
    Voorbeeld: Onze controle ter plaatse levert geen patiënt op. Wij komen vrij, over.
  • Niemand aangetroffen voor verzorging of vervoer. Terug vrij, over.
    Voorbeeld: Niemand aangetroffen voor verzorging of vervoer. Terug vrij, over.
  • Voor deze oproep geen patiënt gevonden, wij zijn beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Voor deze oproep geen patiënt gevonden, wij zijn beschikbaar, over.
  • Ter plaatse gecontroleerd, niemand met een medische hulpvraag. Wij zijn klaar, over.
    Voorbeeld: Ter plaatse gecontroleerd, niemand met een medische hulpvraag. Wij zijn klaar, over.
  • Geen patiënt voor ons, wij ronden de tussenkomst af, over.
    Voorbeeld: Geen patiënt voor ons, wij ronden de tussenkomst af, over.
Rapport: patiënt weigert vervoer
De patiënt weigert vervoer; de ploeg is terug vrij.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Patiënt weigert vervoer, wij ronden ter plaatse af, over.
    Voorbeeld: Patiënt weigert vervoer, wij ronden ter plaatse af, over.
  • Geen afvoer: de patiënt weigert mee te gaan. Wij komen vrij, over.
    Voorbeeld: Geen afvoer: de patiënt weigert mee te gaan. Wij komen vrij, over.
  • Vervoer wordt geweigerd door de patiënt. Wij melden ons terug beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Vervoer wordt geweigerd door de patiënt. Wij melden ons terug beschikbaar, over.
  • Patiënt gaat niet mee wegens weigering van vervoer, over.
    Voorbeeld: Patiënt gaat niet mee wegens weigering van vervoer, over.
  • Wij hebben een weigering van transport. Ter plaatse afgerond, over.
    Voorbeeld: Wij hebben een weigering van transport. Ter plaatse afgerond, over.
  • De patiënt weigert afvoer naar het ziekenhuis. Voor ons geen transport, over.
    Voorbeeld: De patiënt weigert afvoer naar het ziekenhuis. Voor ons geen transport, over.
  • Weigering van vervoer, wij komen hier terug vrij, over.
    Voorbeeld: Weigering van vervoer, wij komen hier terug vrij, over.
  • Patiënt weigert vervoer. Wij ronden af, over.
    Voorbeeld: Patiënt weigert vervoer. Wij ronden af, over.
  • Voor ons een vervoersweigering, over.
    Voorbeeld: Voor ons een vervoersweigering, over.
  • Patiënt wil niet mee. Weigering van afvoer, wij zijn klaar, over.
    Voorbeeld: Patiënt wil niet mee. Weigering van afvoer, wij zijn klaar, over.
  • Geen transport, de patiënt weigert het vervoer, over.
    Voorbeeld: Geen transport, de patiënt weigert het vervoer, over.
  • Onze patiënt weigert de afvoer. Wij komen terug beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Onze patiënt weigert de afvoer. Wij komen terug beschikbaar, over.
Rapport: ploeg niet meer nodig
Alle patiënten hebben al een ploeg; deze ploeg is vrij.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Alle patiënten hebben een ploeg. Wij zijn niet meer nodig en komen vrij, over.
    Voorbeeld: Alle patiënten hebben een ploeg. Wij zijn niet meer nodig en komen vrij, over.
  • Voor ons geen patiënt meer, de andere ploegen nemen de zorg op. Terug vrij, over.
    Voorbeeld: Voor ons geen patiënt meer, de andere ploegen nemen de zorg op. Terug vrij, over.
  • De patiënten zijn verdeeld over de aanwezige ploegen. Wij kunnen vrijgegeven worden, over.
    Voorbeeld: De patiënten zijn verdeeld over de aanwezige ploegen. Wij kunnen vrijgegeven worden, over.
  • Onze bijstand is hier niet meer nodig. Alle patiënten zijn toegewezen, over.
    Voorbeeld: Onze bijstand is hier niet meer nodig. Alle patiënten zijn toegewezen, over.
  • Iedere patiënt heeft een ploeg, wij melden ons beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Iedere patiënt heeft een ploeg, wij melden ons beschikbaar, over.
  • Wij zijn hier overtallig, alle patiënten hebben hulp. Terug vrij, over.
    Voorbeeld: Wij zijn hier overtallig, alle patiënten hebben hulp. Terug vrij, over.
  • Geen verdere inzet voor ons, de patiënten zijn verdeeld, over.
    Voorbeeld: Geen verdere inzet voor ons, de patiënten zijn verdeeld, over.
  • De ploegen ter plaatse volstaan voor alle patiënten. Wij komen vrij, over.
    Voorbeeld: De ploegen ter plaatse volstaan voor alle patiënten. Wij komen vrij, over.
  • Wij hebben hier geen patiënt toegewezen gekregen. De overige ploegen volstaan, over.
    Voorbeeld: Wij hebben hier geen patiënt toegewezen gekregen. De overige ploegen volstaan, over.
  • Voor ons mag de inzet afgerond worden, alle patiënten zijn bij een ploeg, over.
    Voorbeeld: Voor ons mag de inzet afgerond worden, alle patiënten zijn bij een ploeg, over.
Rapport: overlijden vastgesteld door de MUG
De reanimatie mislukte en de MUG stelde het overlijden vast; de ploeg rondt af en is vrij. {code20}: "code 20" (Brussel: "Delta Charlie Delta").
Velden: {centrale}{roepnaam}{code20}
  • Reanimatie gestaakt, {code20} vastgesteld door de MUG. Geen afvoer, wij ronden af, over.
    Voorbeeld: Reanimatie gestaakt, code 20 vastgesteld door de MUG. Geen afvoer, wij ronden af, over.
  • De MUG heeft een {code20} vastgesteld. Geen transport voor ons, graag de politie in kennis stellen, over.
    Voorbeeld: De MUG heeft een code 20 vastgesteld. Geen transport voor ons, graag de politie in kennis stellen, over.
  • Reanimatie zonder resultaat, patiënt is {code20}. Wij ronden af en komen daarna vrij, over.
    Voorbeeld: Reanimatie zonder resultaat, patiënt is code 20. Wij ronden af en komen daarna vrij, over.
  • Patiënt is {code20}, vastgesteld door de arts. Graag de politie in kennis stellen, wij ronden af, over.
    Voorbeeld: Patiënt is code 20, vastgesteld door de arts. Graag de politie in kennis stellen, wij ronden af, over.
Rapport: duidelijke tekenen van overlijden
Al lang overleden (ontbinding): geen reanimatie, de ploeg vraagt politie en is vrij. Enkel dan mag de MUG geannuleerd worden (wordt achteraan toegevoegd). {code20}: "code 20" (Brussel: "Delta Charlie Delta").
Velden: {centrale}{roepnaam}{code20}
  • Dat is hier een duidelijke {code20}. Graag de politie in kennis stellen, over.
    Voorbeeld: Dat is hier een duidelijke code 20. Graag de politie in kennis stellen, over.
  • Hier een duidelijke {code20}, geen reanimatie gestart. Graag de politie in kennis stellen, over.
    Voorbeeld: Hier een duidelijke code 20, geen reanimatie gestart. Graag de politie in kennis stellen, over.
  • Duidelijke {code20} ter plaatse. Graag de politie ter plaatse, wij zijn vrij, over.
    Voorbeeld: Duidelijke code 20 ter plaatse. Graag de politie ter plaatse, wij zijn vrij, over.
  • Voor ons een duidelijke {code20}. Politie mag in kennis gesteld worden, over.
    Voorbeeld: Voor ons een duidelijke code 20. Politie mag in kennis gesteld worden, over.
Reanimatie gestart, MUG gevraagdaangepast
Patiënt in hartstilstand en nog geen MUG: de ploeg reanimeert en vraagt dringend een MUG.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Voorbeeld: Patiënt in hartstilstand, reanimatie gestart. Wij vragen dringend een MUG, over.
  • Voorbeeld: Wij hebben een reanimatie lopen. Graag met spoed een MUG, over.
  • Voorbeeld: Hartstilstand bij aankomst, wij zijn gestart met reanimatie. Dringend een MUG gevraagd, over.
  • Voorbeeld: Patiënt in arrest, reanimatie gestart en AED aangesloten. Wij vragen dringend een MUG, over.
  • Voorbeeld: DRINGEND MUG! REANIMATIE GESTART
Reanimatie gestart (MUG onderweg)
Patiënt in hartstilstand, de MUG is al onderweg: de ploeg meldt dat de reanimatie loopt.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Ter info, patiënt in hartstilstand, reanimatie gestart. Graag de MUG met spoed, over.
    Voorbeeld: Ter info, patiënt in hartstilstand, reanimatie gestart. Graag de MUG met spoed, over.
  • Wij melden een reanimatie in uitvoering. Wij wachten op de MUG, over.
    Voorbeeld: Wij melden een reanimatie in uitvoering. Wij wachten op de MUG, over.
  • Patiënt in arrest, reanimatie loopt en AED aangesloten. De MUG mag doorrijden, over.
    Voorbeeld: Patiënt in arrest, reanimatie loopt en AED aangesloten. De MUG mag doorrijden, over.
MUG: overlijden vastgesteld
De reanimatie mislukte; de MUG stelt het overlijden vast en meldt zich vrij. {code20}: "code 20" (Brussel: "Delta Charlie Delta").
Velden: {centrale}{roepnaam}{code20}
  • Reanimatie gestaakt, {code20}. MUG radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: Reanimatie gestaakt, code 20. MUG radiofonisch vrij, over.
  • Wij hebben een {code20} vastgesteld, de ziekenwagen rondt af. Wij zijn terug vrij, over.
    Voorbeeld: Wij hebben een code 20 vastgesteld, de ziekenwagen rondt af. Wij zijn terug vrij, over.
  • Reanimatie zonder resultaat, {code20}. Graag de politie in kennis stellen, MUG radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: Reanimatie zonder resultaat, code 20. Graag de politie in kennis stellen, MUG radiofonisch vrij, over.
MUG radiofonisch vrij (patiënt vertrokken)
De MUG verzorgde mee, begeleidt niet naar het ziekenhuis en meldt zich radiofonisch vrij.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Patiënt vertrekt met de ziekenwagen, geen MUG-begeleiding nodig. Radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: Patiënt vertrekt met de ziekenwagen, geen MUG-begeleiding nodig. Radiofonisch vrij, over.
  • De ziekenwagen neemt de patiënt mee zonder onze begeleiding. Wij komen radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: De ziekenwagen neemt de patiënt mee zonder onze begeleiding. Wij komen radiofonisch vrij, over.
  • Patiënt overgedragen aan de ziekenwagen. Wij hoeven niet te begeleiden en zijn vrij, over.
    Voorbeeld: Patiënt overgedragen aan de ziekenwagen. Wij hoeven niet te begeleiden en zijn vrij, over.
  • Voor ons geen begeleiding bij de afvoer. MUG radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: Voor ons geen begeleiding bij de afvoer. MUG radiofonisch vrij, over.
  • De afvoer gebeurt met de ziekenwagen, wij begeleiden niet. Terug beschikbaar, over.
    Voorbeeld: De afvoer gebeurt met de ziekenwagen, wij begeleiden niet. Terug beschikbaar, over.
  • Patiënt vertrokken met de ziekenwagen. Onze bijstand is afgerond, radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: Patiënt vertrokken met de ziekenwagen. Onze bijstand is afgerond, radiofonisch vrij, over.
  • De ziekenwagen kan zonder MUG-begeleiding verder. Wij melden ons vrij, over.
    Voorbeeld: De ziekenwagen kan zonder MUG-begeleiding verder. Wij melden ons vrij, over.
  • Onze patiënt is met de ziekenwagen mee. Wij blijven niet in begeleiding en komen vrij, over.
    Voorbeeld: Onze patiënt is met de ziekenwagen mee. Wij blijven niet in begeleiding en komen vrij, over.
  • Voor de MUG is de tussenkomst afgerond. Patiënt mee met de ziekenwagen zonder begeleiding, over.
    Voorbeeld: Voor de MUG is de tussenkomst afgerond. Patiënt mee met de ziekenwagen zonder begeleiding, over.
  • Geen verdere MUG-bijstand nodig bij het vervoer. Wij zijn radiofonisch beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Geen verdere MUG-bijstand nodig bij het vervoer. Wij zijn radiofonisch beschikbaar, over.
  • Zorg overgedragen aan de ziekenwagen, geen begeleiding door ons. Radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: Zorg overgedragen aan de ziekenwagen, geen begeleiding door ons. Radiofonisch vrij, over.
  • De ziekenwagen verzorgt de afvoer. Wij kunnen opnieuw ingezet worden, over.
    Voorbeeld: De ziekenwagen verzorgt de afvoer. Wij kunnen opnieuw ingezet worden, over.
MUG niet nodig ter plaatse
De MUG komt aan maar geen enkele patiënt heeft een arts nodig.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Geen MUG-indicatie ter plaatse. De ziekenwagen gaat verder, wij zijn radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: Geen MUG-indicatie ter plaatse. De ziekenwagen gaat verder, wij zijn radiofonisch vrij, over.
  • Onze medische bijstand is hier niet nodig. Wij komen terug beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Onze medische bijstand is hier niet nodig. Wij komen terug beschikbaar, over.
  • De ziekenwagen kan hier zelfstandig verder. Geen MUG-indicatie, over.
    Voorbeeld: De ziekenwagen kan hier zelfstandig verder. Geen MUG-indicatie, over.
  • Geen patiënt waarvoor MUG-bijstand nodig is. Wij melden ons vrij, over.
    Voorbeeld: Geen patiënt waarvoor MUG-bijstand nodig is. Wij melden ons vrij, over.
  • Voor de MUG geen verdere opdracht ter plaatse. Radiofonisch beschikbaar, over.
    Voorbeeld: Voor de MUG geen verdere opdracht ter plaatse. Radiofonisch beschikbaar, over.
  • Beoordeling ter plaatse afgerond, geen MUG-indicatie. Wij zijn vrij, over.
    Voorbeeld: Beoordeling ter plaatse afgerond, geen MUG-indicatie. Wij zijn vrij, over.
  • MUG-bijstand is niet nodig, de ziekenwagen neemt de verdere zorg op, over.
    Voorbeeld: MUG-bijstand is niet nodig, de ziekenwagen neemt de verdere zorg op, over.
  • Wij hoeven hier niet tussen te komen. De aanwezige ziekenwagen volstaat, over.
    Voorbeeld: Wij hoeven hier niet tussen te komen. De aanwezige ziekenwagen volstaat, over.
  • Geen verdere medische bijstand van onze kant nodig. Radiofonisch vrij, over.
    Voorbeeld: Geen verdere medische bijstand van onze kant nodig. Radiofonisch vrij, over.
  • De ploeg van de ziekenwagen gaat zonder ons verder. Wij zijn terug vrij, over.
    Voorbeeld: De ploeg van de ziekenwagen gaat zonder ons verder. Wij zijn terug vrij, over.
Toevoeging: eenheid mag geannuleerd worden
De ploeg ter plaatse laat een meegestuurde MUG of PIT annuleren die de patiënt niet nodig heeft.
Velden: {roepnamen}
  • De {roepnamen} mag geannuleerd worden.
    Voorbeeld: De ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX mag geannuleerd worden.
  • De {roepnamen} is niet meer nodig.
    Voorbeeld: De ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX is niet meer nodig.
  • U mag de {roepnamen} terugnemen.
    Voorbeeld: U mag de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX terugnemen.
  • Graag de {roepnamen} annuleren, die bijstand is niet nodig.
    Voorbeeld: Graag de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX annuleren, die bijstand is niet nodig.
  • Voor de {roepnamen} mag de opdracht vervallen.
    Voorbeeld: Voor de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX mag de opdracht vervallen.
  • De {roepnamen} hoeft niet verder te komen.
    Voorbeeld: De ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX hoeft niet verder te komen.
  • U kunt de opdracht van de {roepnamen} annuleren.
    Voorbeeld: U kunt de opdracht van de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX annuleren.
  • Geen verdere bijstand nodig van de {roepnamen}.
    Voorbeeld: Geen verdere bijstand nodig van de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX.
Toevoeging: eenheden mogen geannuleerd worden
Idem, voor meerdere eenheden.
Velden: {roepnamen}
  • De {roepnamen} mogen geannuleerd worden.
    Voorbeeld: De ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX mogen geannuleerd worden.
  • De {roepnamen} zijn niet meer nodig.
    Voorbeeld: De ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX zijn niet meer nodig.
  • U mag de {roepnamen} terugnemen.
    Voorbeeld: U mag de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX terugnemen.
  • Graag de {roepnamen} annuleren, die bijstand is niet nodig.
    Voorbeeld: Graag de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX annuleren, die bijstand is niet nodig.
  • Voor de {roepnamen} mogen de opdrachten vervallen.
    Voorbeeld: Voor de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX mogen de opdrachten vervallen.
  • De {roepnamen} hoeven niet verder te komen.
    Voorbeeld: De ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX hoeven niet verder te komen.
  • U kunt de opdrachten van de {roepnamen} annuleren.
    Voorbeeld: U kunt de opdrachten van de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX annuleren.
  • Geen verdere bijstand nodig van de {roepnamen}.
    Voorbeeld: Geen verdere bijstand nodig van de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX.
Ploeg antwoordt op een oproep van de centraleaangepast
De centrale riep de ploeg op ("vraagt de ..., kom in"); de ploeg luistert.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Voorbeeld: ZW GENT 1 luistert, over.
  • Voorbeeld: Hier ZW GENT 1, wij luisteren, over.
  • Voorbeeld: Luistert, over
  • Voorbeeld: ZW GENT 1
Ploeg bevestigt een opdracht per radio
Na een mondelinge opdracht van de centrale vertrekt de ploeg.
Velden: {centrale}{roepnaam}{adres}
  • Goed begrepen voor de {roepnaam}, ons vertrek naar {adres}, over.
    Voorbeeld: Goed begrepen voor de ZW GENT 1, ons vertrek naar Kerkstraat 12, Gent, over.
Ploeg bevestigt annulering
De centrale annuleerde de rit van de ploeg; die bevestigt en gaat in 6 naar standplaats.
Velden: {roepnaam}
  • Goed begrepen voor de {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: Goed begrepen voor de ZW GENT 1, over.
  • Goed begrepen voor {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: Goed begrepen voor ZW GENT 1, over.
  • Begrepen, {roepnaam} in zes naar standplaats, over.
    Voorbeeld: Begrepen, ZW GENT 1 in zes naar standplaats, over.
  • Goed begrepen, wij keren terug naar standplaats. {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: Goed begrepen, wij keren terug naar standplaats. ZW GENT 1, over.
  • Ontvangen voor de {roepnaam}, status zes naar de post, over.
    Voorbeeld: Ontvangen voor de ZW GENT 1, status zes naar de post, over.
Ploeg bevestigt terug naar post
De centrale stuurt een vrije ploeg terug naar de post; die bevestigt.
Velden: {roepnaam}
  • Goed begrepen voor de {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: Goed begrepen voor de ZW GENT 1, over.
  • Begrepen, {roepnaam} terug naar standplaats, over.
    Voorbeeld: Begrepen, ZW GENT 1 terug naar standplaats, over.
  • Goed begrepen, wij rijden terug naar de post. {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: Goed begrepen, wij rijden terug naar de post. ZW GENT 1, over.
  • Ontvangen voor {roepnaam}, terug naar standplaats, over.
    Voorbeeld: Ontvangen voor ZW GENT 1, terug naar standplaats, over.
Ploeg bevestigt opgelegd ziekenhuis
De centrale legt een ander ziekenhuis op dan de ploeg voorstelde; die bevestigt de bestemming.
Velden: {roepnaam}{ziekenhuis}
  • Goed begrepen, afvoer naar {ziekenhuis} voor de {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: Goed begrepen, afvoer naar AZ Sint-Lucas voor de ZW GENT 1, over.
  • Begrepen, wij rijden naar {ziekenhuis}. {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: Begrepen, wij rijden naar AZ Sint-Lucas. ZW GENT 1, over.
  • Ontvangen, bestemming {ziekenhuis}. Goed begrepen voor {roepnaam}, over.
    Voorbeeld: Ontvangen, bestemming AZ Sint-Lucas. Goed begrepen voor ZW GENT 1, over.
Eerste rapport ter plaatse
De eerste ploeg meldt wat ze aantreft (zonder bijkomende middelen).
Velden: {centrale}{roepnaam}{slachtoffers}
  • Ter plaatse {slachtoffers}. De middelen volstaan, over.
    Voorbeeld: Ter plaatse drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. De middelen volstaan, over.
  • Wij hebben hier {slachtoffers}. Geen bijkomende middelen nodig, over.
    Voorbeeld: Wij hebben hier drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Geen bijkomende middelen nodig, over.
  • Eerste rapport: {slachtoffers}. Wij kunnen verder met de huidige middelen, over.
    Voorbeeld: Eerste rapport: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Wij kunnen verder met de huidige middelen, over.
  • Voor deze inzet {slachtoffers}. De voorziene ploegen volstaan, over.
    Voorbeeld: Voor deze inzet drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. De voorziene ploegen volstaan, over.
  • Beoordeling ter plaatse: {slachtoffers}. Geen bijstand bij te sturen, over.
    Voorbeeld: Beoordeling ter plaatse: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Geen bijstand bij te sturen, over.
  • Wij melden {slachtoffers}. De beschikbare middelen zijn voldoende, over.
    Voorbeeld: Wij melden drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. De beschikbare middelen zijn voldoende, over.
  • Hier {slachtoffers}, geen verdere middelen gevraagd, over.
    Voorbeeld: Hier drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, geen verdere middelen gevraagd, over.
  • Rapport van de eerste beoordeling: {slachtoffers}. De middelen volstaan, over.
    Voorbeeld: Rapport van de eerste beoordeling: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. De middelen volstaan, over.
  • Voorlopig rapport: {slachtoffers}. Er zijn voldoende middelen voorzien, over.
    Voorbeeld: Voorlopig rapport: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Er zijn voldoende middelen voorzien, over.
  • Wij treffen {slachtoffers} aan. Geen bijkomende ploegen nodig, over.
    Voorbeeld: Wij treffen drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond aan. Geen bijkomende ploegen nodig, over.
  • Onze bevindingen ter plaatse: {slachtoffers}. Huidige middelen volstaan, over.
    Voorbeeld: Onze bevindingen ter plaatse: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Huidige middelen volstaan, over.
  • De eerste beoordeling is rond: {slachtoffers}. Geen extra middelen nodig, over.
    Voorbeeld: De eerste beoordeling is rond: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Geen extra middelen nodig, over.
Bijkomende middelen gevraagd
De ploeg ter plaatse vraagt met voorrang bijkomende middelen.
Velden: {centrale}{roepnaam}{slachtoffers}{middelen}
  • Ter plaatse {slachtoffers}. Graag bijkomend {middelen}, over.
    Voorbeeld: Ter plaatse drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Graag bijkomend twee ziekenwagens en een MUG, over.
  • Wij hebben hier {slachtoffers}. Wij vragen nog {middelen}, over.
    Voorbeeld: Wij hebben hier drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Wij vragen nog twee ziekenwagens en een MUG, over.
  • Bijkomende middelen gevraagd: {middelen}. Ter plaatse {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Bijkomende middelen gevraagd: twee ziekenwagens en een MUG. Ter plaatse drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Voor deze inzet hebben wij nog {middelen} nodig. Wij melden {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Voor deze inzet hebben wij nog twee ziekenwagens en een MUG nodig. Wij melden drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Onze middelen volstaan niet: {slachtoffers}. Graag nog {middelen}, over.
    Voorbeeld: Onze middelen volstaan niet: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Graag nog twee ziekenwagens en een MUG, over.
  • Kunnen jullie {middelen} bijsturen? Hier {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Kunnen jullie twee ziekenwagens en een MUG bijsturen? Hier drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Aanvraag bijkomende bijstand: {middelen}, voor {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Aanvraag bijkomende bijstand: twee ziekenwagens en een MUG, voor drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Wij vragen versterking met {middelen}. Onze beoordeling: {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Wij vragen versterking met twee ziekenwagens en een MUG. Onze beoordeling: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Voor ons nog {middelen} bij te sturen. Ter plaatse {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Voor ons nog twee ziekenwagens en een MUG bij te sturen. Ter plaatse drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Na beoordeling hebben we bijkomend {middelen} nodig. Hier {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Na beoordeling hebben we bijkomend twee ziekenwagens en een MUG nodig. Hier drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Rapport ter plaatse: {slachtoffers}. Graag extra inzet van {middelen}, over.
    Voorbeeld: Rapport ter plaatse: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Graag extra inzet van twee ziekenwagens en een MUG, over.
  • De voorziene middelen zijn onvoldoende. Wij vragen {middelen} voor {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: De voorziene middelen zijn onvoldoende. Wij vragen twee ziekenwagens en een MUG voor drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Nog bij te vragen: {middelen}. Wij hebben {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Nog bij te vragen: twee ziekenwagens en een MUG. Wij hebben drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Graag onze inzet aanvullen met {middelen}. Ter plaatse {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Graag onze inzet aanvullen met twee ziekenwagens en een MUG. Ter plaatse drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Wij hebben bijstand nodig van {middelen}. Situatie: {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Wij hebben bijstand nodig van twee ziekenwagens en een MUG. Situatie: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
  • Middelenvraag na beoordeling: {middelen}. Het gaat om {slachtoffers}, over.
    Voorbeeld: Middelenvraag na beoordeling: twee ziekenwagens en een MUG. Het gaat om drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond, over.
MCE: lage op zicht
De eerste ploeg komt aan bij een MCE en start de triage.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • {centrale} voor {roepnaam}, ter plaatse meerdere slachtoffers. Wij starten de triage, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, ter plaatse meerdere slachtoffers. Wij starten de triage, over.
  • {centrale} voor {roepnaam}, aangekomen bij meerdere slachtoffers. Eerste triage begint, rapport volgt, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, aangekomen bij meerdere slachtoffers. Eerste triage begint, rapport volgt, over.
  • {centrale} voor {roepnaam}, eerste melding ter plaatse: meerdere slachtoffers. Wij gaan tellen en triëren, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, eerste melding ter plaatse: meerdere slachtoffers. Wij gaan tellen en triëren, over.
  • {centrale} voor {roepnaam}, meerdere slachtoffers op zicht. Wij beginnen met de beoordeling, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, meerdere slachtoffers op zicht. Wij beginnen met de beoordeling, over.
  • {centrale} voor {roepnaam}, we zijn ter plaatse en starten de triage. Meerdere slachtoffers, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, we zijn ter plaatse en starten de triage. Meerdere slachtoffers, over.
  • {centrale} voor {roepnaam}, aankomst bevestigd. Meerdere slachtoffers, telling en triage volgen, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, aankomst bevestigd. Meerdere slachtoffers, telling en triage volgen, over.
  • {centrale} voor {roepnaam}, eerste overzicht: meerdere slachtoffers. Wij beginnen de triage, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, eerste overzicht: meerdere slachtoffers. Wij beginnen de triage, over.
  • {centrale} voor {roepnaam}, ter plaatse. Meerdere slachtoffers, wij geven zo het eerste triagerapport, over.
    Voorbeeld: 112 Gent voor ZW GENT 1, ter plaatse. Meerdere slachtoffers, wij geven zo het eerste triagerapport, over.
MCE: eerste triage (aantal)
Eerste sichting: ruw aantal slachtoffers, nog zonder noden.
Velden: {centrale}{roepnaam}{aantal}
  • Eerste telling: ongeveer {aantal} slachtoffers. Verdere triage volgt, over.
    Voorbeeld: Eerste telling: ongeveer vijf slachtoffers. Verdere triage volgt, over.
  • Wij tellen voorlopig {aantal} slachtoffers. De beoordeling loopt verder, over.
    Voorbeeld: Wij tellen voorlopig vijf slachtoffers. De beoordeling loopt verder, over.
  • Eerste triagerapport, ongeveer {aantal} slachtoffers. Nader rapport volgt, over.
    Voorbeeld: Eerste triagerapport, ongeveer vijf slachtoffers. Nader rapport volgt, over.
  • Op dit moment komen wij op {aantal} slachtoffers. Verdere beoordeling is bezig, over.
    Voorbeeld: Op dit moment komen wij op vijf slachtoffers. Verdere beoordeling is bezig, over.
  • Voorlopig aantal: {aantal} slachtoffers. Het verdere triagerapport volgt nog, over.
    Voorbeeld: Voorlopig aantal: vijf slachtoffers. Het verdere triagerapport volgt nog, over.
  • Eerste overzicht geeft ongeveer {aantal} slachtoffers. Wij triëren verder, over.
    Voorbeeld: Eerste overzicht geeft ongeveer vijf slachtoffers. Wij triëren verder, over.
  • Onze eerste telling is {aantal} slachtoffers. Verdere noden volgen na triage, over.
    Voorbeeld: Onze eerste telling is vijf slachtoffers. Verdere noden volgen na triage, over.
  • Tussenrapport: ongeveer {aantal} slachtoffers. Beoordeling nog niet afgerond, over.
    Voorbeeld: Tussenrapport: ongeveer vijf slachtoffers. Beoordeling nog niet afgerond, over.
  • Voorlopige sichting: {aantal} slachtoffers. Wij vervolgen de triage, over.
    Voorbeeld: Voorlopige sichting: vijf slachtoffers. Wij vervolgen de triage, over.
  • Wij melden na de eerste ronde ongeveer {aantal} slachtoffers. Detailrapport volgt, over.
    Voorbeeld: Wij melden na de eerste ronde ongeveer vijf slachtoffers. Detailrapport volgt, over.
MCE: eindrapport zonder bijkomende middelen
Tweede sichting: de middelen ter plaatse en onderweg volstaan.
Velden: {centrale}{roepnaam}{slachtoffers}
  • Eindrapport triage: {slachtoffers}. Middelen ter plaatse en onderweg volstaan, over.
    Voorbeeld: Eindrapport triage: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Middelen ter plaatse en onderweg volstaan, over.
  • Triage afgerond: {slachtoffers}. Geen extra middelen bovenop wat al voorzien is, over.
    Voorbeeld: Triage afgerond: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Geen extra middelen bovenop wat al voorzien is, over.
  • Definitief triagerapport: {slachtoffers}. De ingezette middelen volstaan, over.
    Voorbeeld: Definitief triagerapport: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. De ingezette middelen volstaan, over.
  • Wij hebben de triage rond. {slachtoffers}. Huidige en aanrijdende ploegen zijn voldoende, over.
    Voorbeeld: Wij hebben de triage rond. drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Huidige en aanrijdende ploegen zijn voldoende, over.
  • Na volledige beoordeling: {slachtoffers}. Geen bijkomende middelen nodig, over.
    Voorbeeld: Na volledige beoordeling: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Geen bijkomende middelen nodig, over.
  • Tweede rapport: {slachtoffers}. Met de ploegen hier en onderweg komen we toe, over.
    Voorbeeld: Tweede rapport: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Met de ploegen hier en onderweg komen we toe, over.
  • Eindbeeld ter plaatse: {slachtoffers}. De voorziene middelen volstaan, over.
    Voorbeeld: Eindbeeld ter plaatse: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. De voorziene middelen volstaan, over.
  • De triage is afgewerkt: {slachtoffers}. Er hoeft niets extra bijgestuurd te worden, over.
    Voorbeeld: De triage is afgewerkt: drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Er hoeft niets extra bijgestuurd te worden, over.
  • Voor het eindrapport melden wij {slachtoffers}. De huidige inzet is voldoende, over.
    Voorbeeld: Voor het eindrapport melden wij drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. De huidige inzet is voldoende, over.
  • Beoordeling afgerond, {slachtoffers}. Ter plaatse en aanrijdend voldoende middelen, over.
    Voorbeeld: Beoordeling afgerond, drie slachtoffers: één kritiek, twee lichtgewond. Ter plaatse en aanrijdend voldoende middelen, over.
Toevoeging: MUG begeleidtaangepast
Wordt op de plaats van {mug} in het rapport gezet bij een kritieke patiënt.
Velden:
  • Voorbeeld: , onder begeleiding van de MUG
  • Voorbeeld: , de MUG gaat mee in begeleiding
  • Voorbeeld: , met MUG-begeleiding
  • Voorbeeld: , de MUG begeleidt
MUG-aanvraag
Ploeg ter plaatse vraagt dringend een MUG.
Velden: {centrale}{roepnaam}{verslechtering}
  • {verslechtering}. Wij vragen dringend een MUG ter plaatse, over.
    Voorbeeld: patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt. Wij vragen dringend een MUG ter plaatse, over.
  • Graag een MUG bijsturen, {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Graag een MUG bijsturen, patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Wij hebben MUG-bijstand nodig. {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Wij hebben MUG-bijstand nodig. patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Dringende MUG-aanvraag: {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Dringende MUG-aanvraag: patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Toestandswijziging bij onze patiënt: {verslechtering}. Graag een MUG, over.
    Voorbeeld: Toestandswijziging bij onze patiënt: patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt. Graag een MUG, over.
  • Kan er dringend een MUG komen? {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Kan er dringend een MUG komen? patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Wij vragen medische bijstand van een MUG. {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Wij vragen medische bijstand van een MUG. patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Voor onze patiënt hebben wij een MUG nodig, {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Voor onze patiënt hebben wij een MUG nodig, patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Bijkomend een MUG gevraagd wegens verslechtering. {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Bijkomend een MUG gevraagd wegens verslechtering. patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Graag met voorrang een MUG ter plaatse. {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Graag met voorrang een MUG ter plaatse. patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Bijstand nodig voor de patiënt: {verslechtering}. Wij vragen een MUG, over.
    Voorbeeld: Bijstand nodig voor de patiënt: patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt. Wij vragen een MUG, over.
  • Onze patiënt gaat achteruit: {verslechtering}. MUG bij te sturen, over.
    Voorbeeld: Onze patiënt gaat achteruit: patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt. MUG bij te sturen, over.
  • Wij hebben hier een MUG-indicatie, {verslechtering}. Graag bijstand, over.
    Voorbeeld: Wij hebben hier een MUG-indicatie, patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt. Graag bijstand, over.
  • MUG-aanvraag voor deze inzet. {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: MUG-aanvraag voor deze inzet. patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Dringend een MUG gevraagd. Bij onze patiënt: {verslechtering}, over.
    Voorbeeld: Dringend een MUG gevraagd. Bij onze patiënt: patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt, over.
  • Wij komen niet toe met de huidige zorg, {verslechtering}. Graag MUG-bijstand, over.
    Voorbeeld: Wij komen niet toe met de huidige zorg, patiënt wordt instabiel, bloeddruk zakt. Graag MUG-bijstand, over.
Tankbeurt / maaltijdaangepast
Ploeg vraagt rond de maaltijden om even weg te gaan.
Velden: {centrale}{roepnaam}
  • Voorbeeld: Wij vragen om even te tanken en iets te eten. We blijven radiofonisch bereikbaar, over.
  • Voorbeeld: ZW GENT 1, met de radio gaan tanken, over
  • Voorbeeld: Wij willen even brandstof nemen en eten, met behoud van radiocontact, over.
  • Voorbeeld: Graag even naar de pomp en iets eten. Wij blijven bereikbaar, over.
  • Voorbeeld: Mogen wij gaan tanken en een maaltijd nemen? Radiofonisch bereikbaar, over.
Antwoord na contacteren
Een gealarmeerde ploeg die te laat vertrekt, antwoordt.
Velden: {roepnaam}{minuten}
  • Begrepen, bemanning onderweg naar de wagen. Vertrek binnen {minuten} min., over.
    Voorbeeld: Begrepen, bemanning onderweg naar de wagen. Vertrek binnen 2 min., over.
  • Opdracht ontvangen. Wij vertrekken binnen {minuten} min., over.
    Voorbeeld: Opdracht ontvangen. Wij vertrekken binnen 2 min., over.
  • Wij maken ons klaar voor vertrek, nog {minuten} min., over.
    Voorbeeld: Wij maken ons klaar voor vertrek, nog 2 min., over.
  • De ploeg komt naar de wagen. Reken op vertrek binnen {minuten} min., over.
    Voorbeeld: De ploeg komt naar de wagen. Reken op vertrek binnen 2 min., over.
  • Begrepen, nog {minuten} min. tot vertrek, over.
    Voorbeeld: Begrepen, nog 2 min. tot vertrek, over.
  • Wij zijn bezig met uitrukken, vertrek binnen {minuten} min., over.
    Voorbeeld: Wij zijn bezig met uitrukken, vertrek binnen 2 min., over.
  • De oproep is ontvangen, wij rijden binnen {minuten} min. uit, over.
    Voorbeeld: De oproep is ontvangen, wij rijden binnen 2 min. uit, over.
  • Bemanning is onderweg, wij vertrekken over {minuten} min., over.
    Voorbeeld: Bemanning is onderweg, wij vertrekken over 2 min., over.
  • Ja, opdracht gekend. Nog {minuten} min. voor wij uitrijden, over.
    Voorbeeld: Ja, opdracht gekend. Nog 2 min. voor wij uitrijden, over.
  • Wij komen eraan, de wagen vertrekt binnen {minuten} min., over.
    Voorbeeld: Wij komen eraan, de wagen vertrekt binnen 2 min., over.
Buurcentrale: wagen rijdt uit
Een wagen van een buurcentrale meldt zich bij het uitrijden.
Velden: {roepnaam}{buurcentrale}{adres}
  • Hier {roepnaam}, ingezet via {buurcentrale}. Wij rijden naar {adres}, over.
    Voorbeeld: Hier ZW GENT 1, ingezet via NCU 112 Wallonië. Wij rijden naar Kerkstraat 12, Gent, over.
  • {roepnaam} meldt zich, opdracht via {buurcentrale}. Onderweg naar {adres}, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1 meldt zich, opdracht via NCU 112 Wallonië. Onderweg naar Kerkstraat 12, Gent, over.
  • Hier {roepnaam} van {buurcentrale}, vertrokken naar {adres}, over.
    Voorbeeld: Hier ZW GENT 1 van NCU 112 Wallonië, vertrokken naar Kerkstraat 12, Gent, over.
  • {roepnaam}, aangestuurd door {buurcentrale}. Wij zijn onderweg naar {adres}, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, aangestuurd door NCU 112 Wallonië. Wij zijn onderweg naar Kerkstraat 12, Gent, over.
  • Hier {roepnaam}, wij komen via {buurcentrale} naar {adres}, over.
    Voorbeeld: Hier ZW GENT 1, wij komen via NCU 112 Wallonië naar Kerkstraat 12, Gent, over.
  • {roepnaam} hier, via {buurcentrale} gealarmeerd voor {adres}. Wij rijden, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1 hier, via NCU 112 Wallonië gealarmeerd voor Kerkstraat 12, Gent. Wij rijden, over.
  • Hier {roepnaam}, uitruk bevestigd voor {adres}, opdracht van {buurcentrale}, over.
    Voorbeeld: Hier ZW GENT 1, uitruk bevestigd voor Kerkstraat 12, Gent, opdracht van NCU 112 Wallonië, over.
  • {roepnaam} meldt vertrek, wij rijden via opdracht van {buurcentrale} naar {adres}, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1 meldt vertrek, wij rijden via opdracht van NCU 112 Wallonië naar Kerkstraat 12, Gent, over.

Berichten van de centrale

Alarmering
Opdracht aan een ploeg bij het alarmeren.
Velden: {roepnaam}{trefwoord}{adres}{prioritair}
  • Opdracht voor de {roepnaam}: {trefwoord}, {adres}{prioritair}.
    Voorbeeld: Opdracht voor de ZW GENT 1: P011-Pijn of druk op de borst, N2, Kerkstraat 12, Gent, prioritair.
Kom maar
Antwoord op een oproep van een ploeg.
Velden: {roepnaam}{centrale}
  • {roepnaam}, come in.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, come in.
  • {roepnaam}, kom maar, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, kom maar, over.
  • {roepnaam}, geef uw bericht, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, geef uw bericht, over.
  • {roepnaam}, we luisteren, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, we luisteren, over.
  • {roepnaam} voor {centrale}, come in.
    Voorbeeld: ZW GENT 1 voor 112 Gent, come in.
  • {roepnaam}, ga uw gang, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, ga uw gang, over.
  • {roepnaam}, uw bericht, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, uw bericht, over.
  • {roepnaam} voor {centrale}, kom maar, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1 voor 112 Gent, kom maar, over.
Herhalen
Vraag om een onverstaanbaar bericht te herhalen.
Velden: {roepnaam}
  • {roepnaam}, slecht verstaanbaar, herhaal, over.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, slecht verstaanbaar, herhaal, over.
Begrepen (zonder vervoer)
Bevestiging van een rapport zonder afvoer.
Velden: {roepnaam}
  • Begrepen {roepnaam}.
    Voorbeeld: Begrepen ZW GENT 1.
Afvoer bevestigen
De centrale bevestigt het afvoerziekenhuis (daarna 4 TR).
Velden: {roepnaam}{ziekenhuis}
  • Begrepen {roepnaam}, afvoer naar {ziekenhuis}.
    Voorbeeld: Begrepen ZW GENT 1, afvoer naar AZ Sint-Lucas.
Andere bestemming tijdens vervoer
De ploeg is al onderweg (4 TR) en moet naar een ander ziekenhuis rijden.
Velden: {roepnaam}{ziekenhuis}
  • {roepnaam}, wijziging van bestemming: u mag doorrijden naar {ziekenhuis}.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, wijziging van bestemming: u mag doorrijden naar AZ Sint-Lucas.
  • {roepnaam}, correctie: afvoer naar {ziekenhuis}.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, correctie: afvoer naar AZ Sint-Lucas.
Ander ziekenhuis weigeren
De centrale weigert het gevraagde ziekenhuis en stuurt naar het dichtstbijzijnde.
Velden: {roepnaam}{ziekenhuis}
  • Negatief {roepnaam}, voer af naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis: {ziekenhuis}.
    Voorbeeld: Negatief ZW GENT 1, voer af naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis: AZ Sint-Lucas.
MUG wordt gestuurd
Antwoord op een MUG-aanvraag.
Velden: {roepnaam}
  • Begrepen {roepnaam}, er wordt een MUG gestuurd.
    Voorbeeld: Begrepen ZW GENT 1, er wordt een MUG gestuurd.
Geen MUG beschikbaar
Negatief antwoord op een MUG-aanvraag.
Velden: {roepnaam}
  • {roepnaam}, er is momenteel geen MUG beschikbaar, ga verder met de middelen ter plaatse.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, er is momenteel geen MUG beschikbaar, ga verder met de middelen ter plaatse.
Bijkomende middelen worden gestuurd
Antwoord op een vraag naar bijkomende middelen.
Velden: {roepnaam}
  • Begrepen {roepnaam}, bijkomende middelen worden gestuurd.
    Voorbeeld: Begrepen ZW GENT 1, bijkomende middelen worden gestuurd.
Geen bijkomende middelen
Negatief antwoord op een vraag naar bijkomende middelen.
Velden: {roepnaam}
  • {roepnaam}, er zijn momenteel geen bijkomende middelen beschikbaar, ga verder met de middelen ter plaatse.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, er zijn momenteel geen bijkomende middelen beschikbaar, ga verder met de middelen ter plaatse.
Tankbeurt akkoord
Toestemming voor een tankbeurt / maaltijd.
Velden: {roepnaam}
  • Akkoord {roepnaam}, smakelijk.
    Voorbeeld: Akkoord ZW GENT 1, smakelijk.
Tankbeurt niet akkoord
Geen toestemming voor een tankbeurt.
Velden: {roepnaam}
  • Negatief {roepnaam}, blijf voorlopig op standplaats.
    Voorbeeld: Negatief ZW GENT 1, blijf voorlopig op standplaats.
Opdracht geannuleerd
Een ploeg die uit de inzet gehaald wordt (uitgevinkt in het inzetvenster) mag terug naar de standplaats.
Velden: {roepnaam}
  • {roepnaam}, uw opdracht wordt geannuleerd, u mag terugkeren naar uw standplaats.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, uw opdracht wordt geannuleerd, u mag terugkeren naar uw standplaats.
  • {roepnaam}, u bent niet meer nodig, keer terug naar uw standplaats.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, u bent niet meer nodig, keer terug naar uw standplaats.
Terug naar post
Een ploeg in 6 BQ terugsturen naar de standplaats.
Velden: {roepnaam}
  • {roepnaam}, keer terug naar uw post.
    Voorbeeld: ZW GENT 1, keer terug naar uw post.
Gealarmeerde ploeg contacteren
Een ploeg die te laat uitrukt aanspreken.
Velden: {roepnaam}
  • {roepnaam} van noodcentrale, u bent gealarmeerd. Kom.
    Voorbeeld: ZW GENT 1 van noodcentrale, u bent gealarmeerd. Kom.

Telefoon met collega-centrales (werken per provincie)

Overloop: collega maakte een rit in onze provincie
Telefoon van een collega-centrale die een oproep uit onze provincie aannam en al alarmeerde.
Velden: {centrale}{trefwoord}{adres}{roepnamen}
  • {centrale} hier, overloop voor jullie: {trefwoord} in {adres}. Wij hebben de {roepnamen} gealarmeerd, de rit staat bij jullie.
    Voorbeeld: 112 Gent hier, overloop voor jullie: P011-Pijn of druk op de borst, N2 in Kerkstraat 12, Gent. Wij hebben de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX gealarmeerd, de rit staat bij jullie.
  • Collega, {centrale} hier. We kregen een oproep in jullie provincie: {trefwoord}, {adres}. De {roepnamen} is gealarmeerd, verder voor jullie.
    Voorbeeld: Collega, 112 Gent hier. We kregen een oproep in jullie provincie: P011-Pijn of druk op de borst, N2, Kerkstraat 12, Gent. De ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX is gealarmeerd, verder voor jullie.
Overdracht van een rit aan een collega
Wij namen een oproep uit een andere provincie aan en alarmeerden; de rit gaat naar die centrale.
Velden: {centrale}{trefwoord}{adres}{roepnamen}
  • {centrale}, overloop van ons: {trefwoord} in {adres}, de {roepnamen} is gealarmeerd. Verder voor jullie.
    Voorbeeld: 112 Gent, overloop van ons: P011-Pijn of druk op de borst, N2 in Kerkstraat 12, Gent, de ZW WIJNEGEM en de MUG ANTW CADIX is gealarmeerd. Verder voor jullie.