Oproepsjablonen
Nieuw sjabloonWat de beller aan de telefoon zegt. Een sjabloon kiest een plaats van één van zijn locatiesoorten. Standaardsjablonen komen uit de seed en worden bij een sjablonenupdate opnieuw opgebouwd; wie er één aanpast, krijgt een eigen kopie die blijft staan. Uitschakelen van een standaardsjabloon geldt tot de volgende sjablonenupdate.
| Type | Beller en tekst | Locaties | Uren | Gew. | |
|---|---|---|---|---|---|
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {PersoonOud} kan {zijn} rechterarm en -been niet meer bewegen sinds een halfuur. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {PersoonOud} kon bij het vorige contact beide handen gebruiken en laat nu alles aan één kant vallen. {Hij} kan de arm aan die kant niet meer optillen. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {PersoonOud} morste ineens de drank uit de mond en kan één arm niet meer gebruiken. Het begon terwijl er iemand naast {hem} zat. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {PersoonOud} praat plots heel raar en de mond hangt scheef. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {PersoonOud} werd aangetroffen met een scheve mond en kan niet vertellen wanneer dat begon. Bij het laatste gesprek eerder vandaag was alles nog normaal. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} antwoordt met onbegrijpelijke zinnen terwijl {hij} ons wel aankijkt. De ene mondhoek beweegt bijna niet als {hij} probeert te lachen. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} begrijpt eenvoudige vragen plots niet meer en gebruikt verkeerde woorden. Dat is ongeveer tien minuten geleden begonnen. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} begrijpt onze vragen, maar er komen alleen losse, verkeerde woorden uit. Een paar minuten geleden sprak {hij} nog zoals altijd. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} had een kwartier geleden een scheve mond en een slappe hand. Het is grotendeels hersteld, maar {hij} blijft zich vreemd voelen. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} had kort een scheve mond en kon nauwelijks spreken. Dat lijkt nu wat beter, maar het gebeurde zojuist voor onze ogen. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} heeft plots evenwichtsproblemen en spreekt alsof de tong niet mee wil. {Hij} is niet gevallen en had hiervoor geen klachten. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} heeft sinds enkele minuten een gevoelloze wang en een slappe arm aan dezelfde kant. {Hij} zegt dat dit volledig nieuw is. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} kan een arm niet meer optillen en zegt geen kracht in de hand te hebben. Dit is tijdens ons gesprek opeens begonnen. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} kan niet meer duidelijk zeggen wat {hij} nodig heeft en sleept met één voet. Het begon toen {hij} net wilde vertrekken. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} kan plots de namen van bekende mensen niet meer zeggen. De mond staat scheef en een arm blijft slap langs het lichaam hangen. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} kan plots niet meer lezen wat er op het scherm staat en zoekt naar woorden. De rechterhand voelt ook slap. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} kon net even niet praten en had een slappe arm. Het lijkt nu over, maar het begon heel plots. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} liet een voorwerp vallen en kan het met dezelfde hand niet meer vastpakken. {Hij} spreekt sinds dat moment heel onduidelijk. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} liet ineens een tas vallen en krijgt de woorden niet meer uitgesproken. Vijf minuten geleden was alles nog normaal. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} loopt plots naar één kant en krijgt het been aan die kant niet goed mee. Ook het gezicht ziet er anders uit dan daarnet. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} sprak eerst normaal en kon even later niet meer uit de woorden komen. De hand aan één kant valt telkens terug omlaag. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} zei dat één oog ineens niet goed zag en kreeg daarna moeite met spreken. {Hij} is wakker en de klachten blijven aanwezig. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Snel alstublieft, {adres}! {Persoon} ziet plots dubbel, is duizelig en praat met een dikke tong. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een automobilist: We staan stil langs de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Mijn moeder praat met een dikke tong en kan haar rechterbeen niet bewegen. Aan het begin van de rit was alles nog normaal. | road, motorway | 0.68 | Bewerken | |
| P004 | een automobilist: We staan stil langs de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Mijn passagier liet plots haar telefoon vallen en kan één arm niet meer optillen. Ze kijkt heel verward. | road, motorway | 0.68 | Bewerken | |
| P004 | een automobilist: We staan stil langs de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Mijn vader kan ineens niet meer goed praten en zijn mond hangt scheef. Het begon enkele minuten geleden. | road, motorway | 0.68 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} antwoordt met onbegrijpelijke zinnen terwijl {hij} ons wel aankijkt. De ene mondhoek beweegt bijna niet als {hij} probeert te lachen. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} begrijpt onze vragen, maar er komen alleen losse, verkeerde woorden uit. Een paar minuten geleden sprak {hij} nog zoals altijd. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} had kort een scheve mond en kon nauwelijks spreken. Dat lijkt nu wat beter, maar het gebeurde zojuist voor onze ogen. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft plots evenwichtsproblemen en spreekt alsof de tong niet mee wil. {Hij} is niet gevallen en had hiervoor geen klachten. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft sinds enkele minuten een gevoelloze wang en een slappe arm aan dezelfde kant. {Hij} zegt dat dit volledig nieuw is. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} is wakker geworden met een scheef gezicht en een zwakke arm. Gisteravond sprak {hij} nog normaal. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan een arm niet meer optillen en zegt geen kracht in de hand te hebben. Dit is tijdens ons gesprek opeens begonnen. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan niet meer duidelijk zeggen wat {hij} nodig heeft en sleept met één voet. Het begon toen {hij} net wilde vertrekken. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan plots de namen van bekende mensen niet meer zeggen. De mond staat scheef en een arm blijft slap langs het lichaam hangen. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} liet een voorwerp vallen en kan het met dezelfde hand niet meer vastpakken. {Hij} spreekt sinds dat moment heel onduidelijk. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} loopt plots naar één kant en krijgt het been aan die kant niet goed mee. Ook het gezicht ziet er anders uit dan daarnet. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} sprak eerst normaal en kon even later niet meer uit de woorden komen. De hand aan één kant valt telkens terug omlaag. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} wil iets vertellen maar er komen alleen onbegrijpelijke woorden uit. Eén kant van het gezicht hangt af. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een kampeerder: Wij verblijven op {naam} in {gemeente}. {Iemand} zei dat één oog ineens niet goed zag en kreeg daarna moeite met spreken. {Hij} is wakker en de klachten blijven aanwezig. | camp_site | 0.20 | Bewerken | |
| P004 | een collega van de nachtploeg: Wij werken vannacht bij {naam} in {gemeente}. Een collega is plots onduidelijk beginnen praten en laat alles uit één hand vallen. Dit is net begonnen. | industry | 22–6 u | 0.24 | Bewerken |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} had daarnet korte tijd moeite met spreken en een afhangende mondhoek. Het lijkt hersteld, maar het was een duidelijke plotselinge verandering. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} heeft geheugenproblemen, maar spreekt normaal duidelijk. Nu hangt de mond scheef en komt er geen begrijpelijke zin meer uit. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} heeft sinds het ontbijt een scheve mond en kan {zijn} linkerarm niet omhoog houden. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} is altijd al wat moeilijk ter been, maar sleept sinds enkele minuten plots één been mee. Ook de spraak is ineens veranderd. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} is plots heel verward en verstaat ons niet meer. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} is vanochtend wakker geworden met een verlamde linkerkant. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} is wakker geworden met onduidelijke spraak en kan niet meer op beide benen staan. Gisteravond ging het nog goed. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} kan het gewone gesprek opeens niet volgen en kijkt verbaasd naar eenvoudige vragen. De arm aan één kant lijkt geen kracht meer te hebben. | home | 2.04 | Bewerken | |
| P004 | een familielid: Wij wonen in {waar}. {PersoonOud} kan {zijn} rechterarm en -been niet meer bewegen sinds een halfuur. | home | 2.04 | Bewerken |
