112SimNoodcentralesimulator

Oproepsjablonen

Nieuw sjabloon

Wat de beller aan de telefoon zegt. Een sjabloon kiest een plaats van één van zijn locatiesoorten. Standaardsjablonen komen uit de seed en worden bij een sjablonenupdate opnieuw opgebouwd; wie er één aanpast, krijgt een eigen kopie die blijft staan. Uitschakelen van een standaardsjabloon geldt tot de volgende sjablonenupdate.

10293 sjablonen
TypeBeller en tekstLocatiesUrenGew.
P004een collega: Ik bel van {naam} in {gemeente}. Een werknemer ziet plots dubbel, is duizelig en praat met een dikke tong.office, industry7–18 u
werkdagen
0.68Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} had bij het ontbijt nog geen uitval. Nu kan {hij} de linkerarm niet optillen en klinkt de spraak heel anders.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} had daarnet korte tijd moeite met spreken en een afhangende mondhoek. Het lijkt hersteld, maar het was een duidelijke plotselinge verandering.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} heeft geheugenproblemen, maar spreekt normaal duidelijk. Nu hangt de mond scheef en komt er geen begrijpelijke zin meer uit.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} heeft nu een slappe rechterkant. Bij de vorige controle, ongeveer een uur geleden, was dat nog niet zo.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} heeft sinds het ontbijt een scheve mond en kan {zijn} linkerarm niet omhoog houden.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} is altijd al wat moeilijk ter been, maar sleept sinds enkele minuten plots één been mee. Ook de spraak is ineens veranderd.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} is vanochtend wakker geworden met een verlamde linkerkant.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} kan het gewone gesprek opeens niet volgen en kijkt verbaasd naar eenvoudige vragen. De arm aan één kant lijkt geen kracht meer te hebben.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} kan {zijn} rechterarm en -been niet meer bewegen sinds een halfuur.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} kon bij het vorige contact beide handen gebruiken en laat nu alles aan één kant vallen. {Hij} kan de arm aan die kant niet meer optillen.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} kon tijdens de vorige ronde nog normaal praten. Nu begrijpt {hij} ons niet en beweegt één arm niet mee.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} morste ineens de drank uit de mond en kan één arm niet meer gebruiken. Het begon terwijl er iemand naast {hem} zat.nursing_home0.81Bewerken
P004een verpleegkundige: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Bewoner} werd aangetroffen met een scheve mond en kan niet vertellen wanneer dat begon. Bij het laatste gesprek eerder vandaag was alles nog normaal.nursing_home0.81Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} had daarnet korte tijd moeite met spreken en een afhangende mondhoek. Het lijkt hersteld, maar het was een duidelijke plotselinge verandering.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} had daarnet korte tijd moeite met spreken en een afhangende mondhoek. Het lijkt hersteld, maar het was een duidelijke plotselinge verandering.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft geheugenproblemen, maar spreekt normaal duidelijk. Nu hangt de mond scheef en komt er geen begrijpelijke zin meer uit.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft geheugenproblemen, maar spreekt normaal duidelijk. Nu hangt de mond scheef en komt er geen begrijpelijke zin meer uit.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} is altijd al wat moeilijk ter been, maar sleept sinds enkele minuten plots één been mee. Ook de spraak is ineens veranderd.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} is altijd al wat moeilijk ter been, maar sleept sinds enkele minuten plots één been mee. Ook de spraak is ineens veranderd.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} is plots heel verward en verstaat ons niet meer.horeca10–2 u0.45Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} kan het gewone gesprek opeens niet volgen en kijkt verbaasd naar eenvoudige vragen. De arm aan één kant lijkt geen kracht meer te hebben.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} kan het gewone gesprek opeens niet volgen en kijkt verbaasd naar eenvoudige vragen. De arm aan één kant lijkt geen kracht meer te hebben.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} kan {zijn} rechterarm en -been niet meer bewegen sinds een halfuur.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} kon bij het vorige contact beide handen gebruiken en laat nu alles aan één kant vallen. {Hij} kan de arm aan die kant niet meer optillen.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} kon bij het vorige contact beide handen gebruiken en laat nu alles aan één kant vallen. {Hij} kan de arm aan die kant niet meer optillen.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} loopt ineens scheef en de mond hangt aan één kant. {Hij} probeert iets te zeggen, maar het is moeilijk te verstaan.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} praat plots heel raar en de mond hangt scheef.horeca10–2 u0.45Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} praat plots heel raar en de mond hangt scheef.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} werd aangetroffen met een scheve mond en kan niet vertellen wanneer dat begon. Bij het laatste gesprek eerder vandaag was alles nog normaal.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} werd aangetroffen met een scheve mond en kan niet vertellen wanneer dat begon. Bij het laatste gesprek eerder vandaag was alles nog normaal.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} antwoordt met onbegrijpelijke zinnen terwijl {hij} ons wel aankijkt. De ene mondhoek beweegt bijna niet als {hij} probeert te lachen.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} antwoordt met onbegrijpelijke zinnen terwijl {hij} ons wel aankijkt. De ene mondhoek beweegt bijna niet als {hij} probeert te lachen.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} begrijpt onze vragen, maar er komen alleen losse, verkeerde woorden uit. Een paar minuten geleden sprak {hij} nog zoals altijd.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} begrijpt onze vragen, maar er komen alleen losse, verkeerde woorden uit. Een paar minuten geleden sprak {hij} nog zoals altijd.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} had kort een scheve mond en kon nauwelijks spreken. Dat lijkt nu wat beter, maar het gebeurde zojuist voor onze ogen.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} had kort een scheve mond en kon nauwelijks spreken. Dat lijkt nu wat beter, maar het gebeurde zojuist voor onze ogen.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft plots evenwichtsproblemen en spreekt alsof de tong niet mee wil. {Hij} is niet gevallen en had hiervoor geen klachten.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft sinds enkele minuten een gevoelloze wang en een slappe arm aan dezelfde kant. {Hij} zegt dat dit volledig nieuw is.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft sinds enkele minuten een gevoelloze wang en een slappe arm aan dezelfde kant. {Hij} zegt dat dit volledig nieuw is.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} is plots heel verward en verstaat ons niet meer.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan een arm niet meer optillen en zegt geen kracht in de hand te hebben. Dit is tijdens ons gesprek opeens begonnen.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan niet meer duidelijk zeggen wat {hij} nodig heeft en sleept met één voet. Het begon toen {hij} net wilde vertrekken.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan niet meer duidelijk zeggen wat {hij} nodig heeft en sleept met één voet. Het begon toen {hij} net wilde vertrekken.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan plots de namen van bekende mensen niet meer zeggen. De mond staat scheef en een arm blijft slap langs het lichaam hangen.horeca10–2 u0.68Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan plots de namen van bekende mensen niet meer zeggen. De mond staat scheef en een arm blijft slap langs het lichaam hangen.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004de uitbater: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan plots niet meer goed slikken en praat heel onduidelijk. De mond staat scheef.horeca10–2 u0.45Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan plots niet meer goed slikken en praat heel onduidelijk. De mond staat scheef.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} laat ineens alles uit de linkerhand vallen en kan niet meer duidelijk antwoorden. {Hij} is wakker en de klachten zijn pas begonnen.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
P004een omstaander: Ik bel van {naam} in {gemeente}. {Iemand} liet een voorwerp vallen en kan het met dezelfde hand niet meer vastpakken. {Hij} spreekt sinds dat moment heel onduidelijk.square, park, station, bus_stop, mall, supermarket6–24 u0.90Bewerken
« VorigePagina 21 van 206Volgende »