Oproepsjablonen
Nieuw sjabloonWat de beller aan de telefoon zegt. Een sjabloon kiest een plaats van één van zijn locatiesoorten. Standaardsjablonen komen uit de seed en worden bij een sjablonenupdate opnieuw opgebouwd; wie er één aanpast, krijgt een eigen kopie die blijft staan. Uitschakelen van een standaardsjabloon geldt tot de volgende sjablonenupdate.
Nieuw sjabloon
| Oproeptype: | |
|---|---|
| Beller: | |
| Tekst: | |
| Uren: | van tot uurleeg = altijd; mag over middernacht (22 tot 6) |
| Slachtoffers: | tot mogelijk aantal; grote aantallen zijn zeldzamer, vanaf 4 = MCE |
| Gewicht: | 1 = even vaak als een gemiddeld sjabloon van dit type |
Locatiesoorten:
Velden in de tekst
{waar} | de plaats, bv. "de Kerkstraat 12 in Gent" of "de E40 ter hoogte van Aalter" |
{adres} {straat} {naam} {gemeente} | delen van de plaats |
{Persoon} {persoon} {PersoonOud} | "Mijn man", "mijn moeder", "Mijn opa"… |
{Iemand} {IemandOud} {Kind} {KindVreemd} | "Een man", "Een oudere vrouw", "Ons zoontje"… |
{Bewoner} {Speler} {Zwangere} | "Een bewoonster", "Een speler", "Mijn vrouw"… |
{hij} {Hij} {zijn} {hem} | voornaamwoorden in hetzelfde geslacht; {V} dwingt vrouwelijk af |
{leeftijd} {leeftijdOud} {leeftijdKind} {leeftijdTiener} | 25–92, 70–95, 2–13, 14–17 jaar |
{weken} {maanden} | willekeurig aantal |
| Type | Beller en tekst | Locaties | Uren | Gew. | |
|---|---|---|---|---|---|
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant begrijpt onze vragen, maar er komen alleen losse, verkeerde woorden uit. Een paar minuten geleden sprak {hij} nog zoals altijd. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant had kort een scheve mond en kon nauwelijks spreken. Dat lijkt nu wat beter, maar het gebeurde zojuist voor onze ogen. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant heeft sinds enkele minuten een gevoelloze wang en een slappe arm aan dezelfde kant. {Hij} zegt dat dit volledig nieuw is. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant kan niet meer duidelijk zeggen wat {hij} nodig heeft en sleept met één voet. Het begon toen {hij} net wilde vertrekken. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant kan plots de namen van bekende mensen niet meer zeggen. De mond staat scheef en een arm blijft slap langs het lichaam hangen. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant kan plots niet meer goed slikken en praat heel onduidelijk. De mond staat scheef. | horeca | 10–2 u | 0.45 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant liet ineens een tas vallen en krijgt de woorden niet meer uitgesproken. Vijf minuten geleden was alles nog normaal. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant sprak eerst normaal en kon even later niet meer uit de woorden komen. De hand aan één kant valt telkens terug omlaag. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. Een klant zei dat één oog ineens niet goed zag en kreeg daarna moeite met spreken. {Hij} is wakker en de klachten blijven aanwezig. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} had daarnet korte tijd moeite met spreken en een afhangende mondhoek. Het lijkt hersteld, maar het was een duidelijke plotselinge verandering. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} heeft geheugenproblemen, maar spreekt normaal duidelijk. Nu hangt de mond scheef en komt er geen begrijpelijke zin meer uit. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} is altijd al wat moeilijk ter been, maar sleept sinds enkele minuten plots één been mee. Ook de spraak is ineens veranderd. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} kan het gewone gesprek opeens niet volgen en kijkt verbaasd naar eenvoudige vragen. De arm aan één kant lijkt geen kracht meer te hebben. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} kan plots niet meer goed slikken en praat heel onduidelijk. De mond staat scheef. | horeca | 10–2 u | 0.45 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} kon bij het vorige contact beide handen gebruiken en laat nu alles aan één kant vallen. {Hij} kan de arm aan die kant niet meer optillen. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {IemandOud} werd aangetroffen met een scheve mond en kan niet vertellen wanneer dat begon. Bij het laatste gesprek eerder vandaag was alles nog normaal. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {Iemand} begrijpt eenvoudige vragen plots niet meer en gebruikt verkeerde woorden. Dat is ongeveer tien minuten geleden begonnen. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {Iemand} heeft plots evenwichtsproblemen en spreekt alsof de tong niet mee wil. {Hij} is niet gevallen en had hiervoor geen klachten. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {Iemand} is plots heel verward en verstaat ons niet meer. | horeca | 10–2 u | 0.45 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {Iemand} kan een arm niet meer optillen en zegt geen kracht in de hand te hebben. Dit is tijdens ons gesprek opeens begonnen. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {Iemand} liet een voorwerp vallen en kan het met dezelfde hand niet meer vastpakken. {Hij} spreekt sinds dat moment heel onduidelijk. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {Iemand} loopt plots naar één kant en krijgt het been aan die kant niet goed mee. Ook het gezicht ziet er anders uit dan daarnet. | horeca | 10–2 u | 0.68 | Bewerken |
| P004 | de uitbater: Met de uitbater van {naam} in {gemeente}. {Iemand} praat plots heel raar en de mond hangt scheef. | horeca | 10–2 u | 0.45 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een oudere patiënt van mij had daarnet korte tijd moeite met spreken en een afhangende mondhoek. Het lijkt hersteld, maar het was een duidelijke plotselinge verandering. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een oudere patiënt van mij heeft geheugenproblemen, maar spreekt normaal duidelijk. Nu hangt de mond scheef en komt er geen begrijpelijke zin meer uit. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een oudere patiënt van mij is altijd al wat moeilijk ter been, maar sleept sinds enkele minuten plots één been mee. Ook de spraak is ineens veranderd. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een oudere patiënt van mij kan het gewone gesprek opeens niet volgen en kijkt verbaasd naar eenvoudige vragen. De arm aan één kant lijkt geen kracht meer te hebben. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een oudere patiënt van mij kon bij het vorige contact beide handen gebruiken en laat nu alles aan één kant vallen. {Hij} kan de arm aan die kant niet meer optillen. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een oudere patiënt van mij werd aangetroffen met een scheve mond en kan niet vertellen wanneer dat begon. Bij het laatste gesprek eerder vandaag was alles nog normaal. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij antwoordt met onbegrijpelijke zinnen terwijl {hij} ons wel aankijkt. De ene mondhoek beweegt bijna niet als {hij} probeert te lachen. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij begrijpt onze vragen, maar er komen alleen losse, verkeerde woorden uit. Een paar minuten geleden sprak {hij} nog zoals altijd. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij had kort een scheve mond en kon nauwelijks spreken. Dat lijkt nu wat beter, maar het gebeurde zojuist voor onze ogen. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij heeft plots evenwichtsproblemen en spreekt alsof de tong niet mee wil. {Hij} is niet gevallen en had hiervoor geen klachten. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij heeft sinds enkele minuten een gevoelloze wang en een slappe arm aan dezelfde kant. {Hij} zegt dat dit volledig nieuw is. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij heeft sinds kort dubbelzicht samen met onduidelijke spraak en krachtsverlies. Ik heb de patiënt hier in de praktijk. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij heeft sinds twintig minuten krachtsverlies aan één kant en een spraakstoornis. Ik vermoed een acuut CVA. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij kan een arm niet meer optillen en zegt geen kracht in de hand te hebben. Dit is tijdens ons gesprek opeens begonnen. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij kan niet meer duidelijk zeggen wat {hij} nodig heeft en sleept met één voet. Het begon toen {hij} net wilde vertrekken. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij kan plots de namen van bekende mensen niet meer zeggen. De mond staat scheef en een arm blijft slap langs het lichaam hangen. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij liet een voorwerp vallen en kan het met dezelfde hand niet meer vastpakken. {Hij} spreekt sinds dat moment heel onduidelijk. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij loopt plots naar één kant en krijgt het been aan die kant niet goed mee. Ook het gezicht ziet er anders uit dan daarnet. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij sprak eerst normaal en kon even later niet meer uit de woorden komen. De hand aan één kant valt telkens terug omlaag. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij zei dat één oog ineens niet goed zag en kreeg daarna moeite met spreken. {Hij} is wakker en de klachten blijven aanwezig. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | de huisarts: Met {naam} in {gemeente}, de huisarts hier. Een patiënt van mij ziet plots dubbel, is duizelig en praat met een dikke tong. | doctor | 8–19 u werkdagen | 0.41 | Bewerken |
| P004 | een verpleegkundige: Met {naam} in {gemeente}, de verpleging hier. {Bewoner} had bij het ontbijt nog geen uitval. Nu kan {hij} de linkerarm niet optillen en klinkt de spraak heel anders. | nursing_home | 0.81 | Bewerken | |
| P004 | een verpleegkundige: Met {naam} in {gemeente}, de verpleging hier. {Bewoner} had daarnet korte tijd moeite met spreken en een afhangende mondhoek. Het lijkt hersteld, maar het was een duidelijke plotselinge verandering. | nursing_home | 0.81 | Bewerken | |
| P004 | een verpleegkundige: Met {naam} in {gemeente}, de verpleging hier. {Bewoner} heeft geheugenproblemen, maar spreekt normaal duidelijk. Nu hangt de mond scheef en komt er geen begrijpelijke zin meer uit. | nursing_home | 0.81 | Bewerken | |
| P004 | een verpleegkundige: Met {naam} in {gemeente}, de verpleging hier. {Bewoner} heeft nu een slappe rechterkant. Bij de vorige controle, ongeveer een uur geleden, was dat nog niet zo. | nursing_home | 0.81 | Bewerken | |
| P004 | een verpleegkundige: Met {naam} in {gemeente}, de verpleging hier. {Bewoner} heeft sinds het ontbijt een scheve mond en kan {zijn} linkerarm niet omhoog houden. | nursing_home | 0.81 | Bewerken | |
| P004 | een verpleegkundige: Met {naam} in {gemeente}, de verpleging hier. {Bewoner} is altijd al wat moeilijk ter been, maar sleept sinds enkele minuten plots één been mee. Ook de spraak is ineens veranderd. | nursing_home | 0.81 | Bewerken |
