112SimNoodcentralesimulator

Oproepsjablonen

Nieuw sjabloon

Wat de beller aan de telefoon zegt. Een sjabloon kiest een plaats van één van zijn locatiesoorten. Standaardsjablonen komen uit de seed en worden bij een sjablonenupdate opnieuw opgebouwd; wie er één aanpast, krijgt een eigen kopie die blijft staan. Uitschakelen van een standaardsjabloon geldt tot de volgende sjablonenupdate.

Standaardsjabloon aanpassenOpslaan maakt een eigen kopie en schakelt het origineel uit.
Oproeptype:
Beller:
Tekst:
Uren:van tot uurleeg = altijd; mag over middernacht (22 tot 6)
Slachtoffers: tot mogelijk aantal; grote aantallen zijn zeldzamer, vanaf 4 = MCE
Gewicht:1 = even vaak als een gemiddeld sjabloon van dit type
Locatiesoorten:
Velden in de tekst
{waar}de plaats, bv. "de Kerkstraat 12 in Gent" of "de E40 ter hoogte van Aalter"
{adres} {straat} {naam} {gemeente}delen van de plaats
{Persoon} {persoon} {PersoonOud}"Mijn man", "mijn moeder", "Mijn opa"…
{Iemand} {IemandOud} {Kind} {KindVreemd}"Een man", "Een oudere vrouw", "Ons zoontje"…
{Bewoner} {Speler} {Zwangere}"Een bewoonster", "Een speler", "Mijn vrouw"…
{hij} {Hij} {zijn} {hem}voornaamwoorden in hetzelfde geslacht; {V} dwingt vrouwelijk af
{leeftijd} {leeftijdOud} {leeftijdKind} {leeftijdTiener}25–92, 70–95, 2–13, 14–17 jaar
{weken} {maanden}willekeurig aantal
10293 sjablonen
TypeBeller en tekstLocatiesUrenGew.
P001een getuige: Ik sta bij een ongeval op de {naam} in {gemeente}. Een oudere vrouw is met een driewielfiets tegen een paaltje gereden. Ze ligt op de grond met pijn aan de heup.road
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een getuige: Ik sta bij een ongeval op de {naam} in {gemeente}. Een scooter heeft moeten uitwijken en is tegen een stoeprand gevallen. De bestuurder heeft een scheefstaande enkel.road
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een getuige: Ik sta bij een ongeval op de {naam} in {gemeente}. Een wandelaar is bij het oversteken geraakt door een fiets. De wandelaar zit op de grond met een pijnlijke pols.road
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een buschauffeur: Ik sta met mijn bus aan {naam} in {gemeente}. Bij een lichte aanrijding is een passagier tegen een stang gevallen. Hij heeft zijn hoofd gestoten en is misselijk.bus_stop, station
0–3 slachtoff.
1.98Bewerken
P001een buschauffeur: Ik sta met mijn bus aan {naam} in {gemeente}. Bij het remmen is een passagier gevallen in het gangpad. Ze heeft pijn aan haar rug en blijft op de vloer liggen.bus_stop, station
0–3 slachtoff.
1.98Bewerken
P001een buschauffeur: Ik sta met mijn bus aan {naam} in {gemeente}. Een fietser heeft de zijkant van de bus geraakt en is gevallen. Hij is wakker maar heeft veel pijn aan de schouder.bus_stop, station
0–3 slachtoff.
1.98Bewerken
P001een buschauffeur: Ik sta met mijn bus aan {naam} in {gemeente}. Een reiziger is bij het uitstappen tussen de bus en de stoeprand gevallen. Hij heeft een bloedende wonde aan het been.bus_stop, station
0–3 slachtoff.
1.98Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Bij een kettingbotsing is een auto tussen twee vrachtwagens terechtgekomen. Er zitten nog mensen in en de toegang is moeilijk.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een auto is achteraan geraakt en staat op de pechstrook. De bestuurder heeft pijn aan de rug en kan moeilijk uitstappen.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een auto is bij het invoegen geraakt en staat nu langs de kant. De passagier heeft pijn aan de borstkas door de gordel.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een auto is in de berm tot stilstand gekomen. De bestuurder is buiten, maar heeft een bloedende hoofdwonde en is verward.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een auto is meerdere keren over de kop gegaan. Eén persoon is uit het voertuig geraakt en ligt onbeweeglijk in de berm.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een auto is onder de achterzijde van een vrachtwagen terechtgekomen. We kunnen niet bij de bestuurder en hij beweegt niet.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een auto is onder een vrachtwagen geschoven. De bestuurder zit vast!motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een auto is tegen de vangrail geknald. De bestuurder is uitgestapt maar bloedt aan zijn hoofd.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een bestelwagen is achterop een auto gereden. Beide bestuurders zijn uitgestapt, maar één is duizelig en misselijk.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een bestelwagen is in de berm terechtgekomen. De chauffeur heeft pijn aan zijn rug.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een bestelwagen is over de kop gegaan. Er liggen mensen op de weg.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een bestelwagen ligt op zijn zij over twee rijstroken. Een inzittende zit vast en roept dat hij zijn benen niet voelt.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een motorrijder is bij lage snelheid in de file gevallen. Hij zit achter de vangrail en heeft veel pijn aan zijn enkel.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een motorrijder is tegen de vangrail gegaan. Hij ligt verderop en reageert niet op de mensen die bij hem staan.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een vrachtwagen heeft de spiegel van een bestelwagen geraakt. De bestuurder van de bestelwagen heeft glas in zijn gezicht.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een vrachtwagen is in een file ingereden. Meerdere auto's zijn in elkaar geschoven.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Een wagen is na een klapband tegen de vangrail gekomen. De bestuurster heeft nekpijn en blijft in de auto zitten.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Er is een aanrijding in de file gebeurd. Een zwangere vrouw klaagt over buikpijn.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Er is een frontale botsing met een spookrijder gebeurd, er brandt een auto.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Er is een kop-staartaanrijding gebeurd tussen drie auto's. Een paar mensen hebben nekpijn.motorway
2–4 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Twee auto's zijn in de file op elkaar gebotst. Een kind op de achterbank klaagt over buikpijn, iedereen is wakker.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een automobilist: Ik sta op de pechstrook van de {naam} ter hoogte van {gemeente}. Twee vrachtwagens zijn gebotst. De achterste cabine is ingedrukt en de chauffeur zit gekneld.motorway
1–5 slachtoff.
1.01Bewerken
P001een stilstaande automobilist: Ik sta op de {naam} bij {gemeente}. Een bestelwagen moest plots remmen en werd geraakt. De chauffeur praat nog, maar zegt dat hij duizelig is en nekpijn heeft.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een stilstaande automobilist: Ik sta op de {naam} bij {gemeente}. Een wagen is tegen de vangrail gegaan. De bestuurder is uitgestapt, maar kan niet goed staan en houdt zijn arm vast.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een stilstaande automobilist: Ik sta op de {naam} bij {gemeente}. Er was een botsing bij het invoegen. De bestuurder naast mij zit nog in de auto en zegt dat hij pijn heeft aan de borst.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een stilstaande automobilist: Ik sta op de {naam} bij {gemeente}. Er zijn auto's op elkaar gereden in de file. Ik zie mensen met pijn, maar ik kan nog niet zeggen hoeveel gewonden er zijn.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een stilstaande automobilist: Ik sta op de {naam} bij {gemeente}. Onze wagen is geraakt en staat nu stil. De airbag is opengegaan en mijn partner heeft veel pijn aan een pols.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een stilstaande automobilist: Ik sta op de {naam} bij {gemeente}. We stonden bijna stil en er is achteraan iemand ingereden. Mijn nek doet nu pijn. We staan op de pechstrook.motorway
0–3 slachtoff.
0.99Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Bij het uitstappen is een autodeur tegen een fietser opengegaan. Hij is gevallen en heeft pijn aan zijn pols en heup.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto heeft op een kruispunt de zijkant van een andere auto geraakt. Een passagier klaagt over nek- en schouderpijn.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto heeft plots geremd en een fiets is achterop gereden. De fietser bloedt aan het gezicht maar is wakker.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto is frontaal tegen een boom gereden. De bestuurder zit gekneld en reageert niet goed.road
1–5 slachtoff.
0.67Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto is in de gracht beland. De bestuurder is eruit maar heeft pijn op de borst door de gordel.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto is over de kop gegaan en ligt op zijn dak. Er zit nog iemand in.road
1–5 slachtoff.
0.67Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto is tegen een fietser gereden. De fietser ligt op de grond en heeft pijn aan zijn been.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto is tegen een paal gereden, de airbags zijn open en de bestuurster is in shock.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto is tegen een vrachtwagen gebotst. De bestuurder zit met zijn benen vast en wordt steeds stiller.road
1–5 slachtoff.
0.67Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een auto is van de weg geraakt en in een diepe gracht beland. We zien een inzittende die niet reageert.road
1–5 slachtoff.
0.67Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een bestelwagen heeft bij het achteruitrijden een voetganger geraakt. De voetganger zit op de grond met pijn aan de knie.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een bestelwagen is zijdelings tegen een boom geschoven. De passagier zit vast en kan moeilijk ademen.road
1–5 slachtoff.
0.67Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een bromfiets en een fiets hebben elkaar geraakt. De fietser heeft veel pijn aan haar schouder en kan niet rechtkomen.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een bromfietser is gevallen en bloedt aan zijn hoofd.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
P001een getuige: Ik sta op de {naam} in {gemeente}. Een bus heeft fors moeten remmen en een oudere passagier is gevallen.road
0–3 slachtoff.
0.66Bewerken
« VorigePagina 8 van 206Volgende »
112